.
Foto: W.J. Staiger
.

| Naam | Bronny |
| Voornaam | Manfred |
| Roepnaam | Manfred |
| Rang | Niet eenduidig vastgesteld, zie Militaire Loopbaan. |
| Alias Rang / Naam | Captain Hamsey, Hq Co. 106 Div. |
| Geboren | 05.06.1920 Maserwitz, Kreis Neumarkt (Silezië) |
| Gestorven / Terechtgesteld | 26.12.1944 in Henri-Chapelle (België) |
| Grafligging . | Eerste begraving in Henri-Chapelle. Op 11.02.1947 herbegraven op de Duitse Oorlogsbegraafplaats Lommel (België), Blok 17 / Graf 422 |
| Herkenningsteken | -954- 3.Fla.Ers.Abt.33 [2] |
| Teamgenoten | Hans Reich, Günther Schulz, Karlheinz Weisenfeld |
| Datum & Plaats Gevangenneming | 19.12.1944 tussen 21.00 – 22.00 uur in/bij Luik (België) |
| Onderscheidingen . | IJzeren Kruis 2e Klasse Luchtafweer-gevechtsinsigne van de Luftwaffe |
| Laatste Eenheid | Commandocompagnie Pantserbrigade 150 |
| Vader | Adolf Blasius Bronny, geb. in Timmendorf, Krs. Pless (Opper-Silezië) |
| Roepnaam, Vader | Adolf |
| Beroep, Vader | Bakkermeester |
| Moeder | Elisabeth Maria Bronny geb. Fau, geb. in Kreuzenort, Krs. Ratibor (Opper-Silezië) |
| Roepnaam, Moeder | Elisabeth |
| Beroep, Moeder | Boekhoudster en tolk |
.
NSDAP
In het Bundesarchiv in Berlijn kon in de bestanden van het voormalige Berlin Document Center (BDC) in de NSDAP Gaukartei alleen het lidmaatschap van Adolf Bronny, de vader van Manfred Bronny, worden vastgesteld. Het lidmaatschapsnummer luidt: 3452942.
Adolf Bronny was sinds 01.05.1934 lid van de NSDAP
Opleiding
Manfred Bronny werd door zijn ouders naar Berlijn gestuurd om daar een bakkersopleiding te volgen. Of hij de opleiding heeft afgerond of afgebroken kon niet worden vastgesteld. Het bevolkingsregister van Berlijn is grotendeels verloren gegaan door oorlogshandelingen, waardoor het schriftelijke bewijs dat Manfred Bronny in Berlijn heeft gewoond ontbreekt.
Familieomstandigheden hebben ertoe geleid dat vrijwel geen informatie over de persoon Manfred Bronny is gevonden. De dochter van de tweede ehevrouw van Adolf Bronny kent details over Manfred Bronny alleen uit verhalen binnen de familie. Over dit onderwerp werd echter zeer weinig gesproken.
.

Manfred Bronny in burger. Bron: Stichting Oorlogsslachtoffers.
| Volgens melding van 25.05.1940 | 3. Batterij Luchtafweer-vervangingsafdeling 33 |
| Volgens melding van 16.04.1940 | 3. Batterij Reserve Luchtafweerafdeling 304 |
| Volgens melding van 05.03.1941 | 3. Batterij Luchtafweer-vervangingsafdeling 33 |
| Volgens melding van 26.12.1944 | Panzer-Brigade 150 |
.
Opmerking over de rang van Manfred Bronny
Volgens mededeling van de Deutsche Dienststelle van 18.09.2009 was de rang van Manfred Bronny Wachtmeister. Er zijn echter geen bevorderingsdata bekend.
In haar zoekaanvraag bij het Rode Kruis noemt de moeder eveneens “Wachtmeister” als rang.
Het doodvonnis werd daarentegen uitgesproken tegen de Feldwebel Manfred Bronny. Er moet van worden uitgegaan dat dit gebaseerd is op opgaven van Manfred Bronny zelf. De reden voor de verschillende rangen zal waarschijnlijk altijd in het duister blijven.
Er is geen informatie beschikbaar over ziekenhuisverblijven van Manfred Bronny.
.
De familiegeschiedenis
Adolf Bronny moest voor zijn pensioenaanvraag zijn beroepsloopbaan opschrijven. Deze opsomming is bewaard gebleven en door de familieleden ter beschikking gesteld. Deze lijst helpt ons vandaag de dag de weg van de familie te reconstrueren.
Sinds maart 1926 was Adolf Bronny zelfstandig bakker in Karchowitz (Karchowice), gelegen in het toenmalige Opper-Silezië (nu Polen). In april 1929 emigreerde de familie naar Vancouver in Canada. In Vancouver was Adolf Bronny eveneens eigenaar van een bakkerij. We hebben ook een adres: Vancouver B.C. (British Columbia), West Boulevard 6033, Canada. In de Canadese “Immigration Records” uit de jaren 1925–1935 bevinden zich enkele documenten over Manfred Bronny. Deze vermelden dat hij op 07.04.1929 vanuit Hamburg, met het schip “St. Louis”, in Halifax / Canada aankwam.
Uit Canadese archiefstukken blijkt eveneens dat Manfred Bronny in mei 1939, via New York, terugreisde naar Duitsland. Tussen september 1939 en december 1944 was Adolf Bronny in Canada geïnterneerd, zijn bakkerij werd geconfisqueerd.
.

Manfred Bronny met broers/zussen en moeder. De foto werd hoogstwaarschijnlijk
in Canada genomen, de bouwstijl van het huis wijst daarop.
Bron: Stichting Oorlogsslachtoffers.
.

Manfred Bronny (geblondeerd haar) met zijn moeder † en zijn zus †.
Bron: Stichting Oorlogsslachtoffers.
.
De twee broers/zussen van Manfred Bronny verschijnen in mei 1936 op een passagierslijst naar Liverpool, echter zonder een ouder.
Mevrouw Bronny in de problemen
Tot nu toe was buiten de emigratie naar Canada weinig bekend over de afzonderlijke familieleden. Dat verandert nu enigszins. Op internet dook een boekpassage op die een tot dan toe onbekende episode uit het familieleven van de familie Bronny aan het licht brengt. Daarbij dook ook een krantenartikel op. Dit artikel verscheen waarschijnlijk in meerdere kranten, maar is inhoudelijk gelijk.
Mevrouw Bronny moest zich in 1940 verantwoorden voor een Canadese rechtbank en heeft daar in de gevangenis gezeten. Gearchiveerde brieven ondersteunen het verhaal. Omdat deze gebeurtenis echter niets te maken heeft met Operatie Greif, werden hiervoor geen Canadese documenten, die er zeker zijn, aangevraagd.
Hier wordt slechts in grote lijnen over de gebeurtenissen bericht.
In het boek “Op dwaaltocht, Zeven Canadese vrouwen onderweg in het Derde Rijk” *, geschreven door Carolyn Gossage, gaat het over de dwaaltocht van zeven Canadese vrouwen door nazi-Duitsland. De vrouwen waren passagiers op de Egyptische stoomboot Zamzam. De stoomboot werd op 17 april 1941 tot zinken gebracht door de Duitse hulpkruiser Atlantis. De Canadese vrouwen werden naar Duitsland ontvoerd en later uitgewisseld tegen negen Duitse vrouwen. Zes van deze vrouwen worden politieke gevangenen genoemd. Daartoe behoort Elisabeth Bronny (met dochter). Het verhaal duikt op in verschillende publicaties. De auteur noemt in haar boek enkele bronnen die gemakkelijk te verifiëren zijn. Het archief van het Auswärtige Amt is een van de genoemde bronnen. Daar bevindt zich een briefwisseling tussen het Zwitserse Federale Politieke Departement (afdeling voor vreemde belangen) en de Duitse gezantschap in Bern. In de brief gaat het aanvankelijk om het strafproces van mevrouw Bronny. Zo wordt verzocht dat het Zwitserse consulaat in Canada mevrouw Bronny alle mogelijke hulp zou verlenen (brief van 14 augustus 1940). In een brief van 7 augustus 1940 wordt duidelijk wat mevrouw Bronny wordt verweten. In de brief aan de Duitse gezantschap in Bern schrijft het Federale Politieke Departement onder meer het volgende: “Volgens een schrijven van de speciale afdeling van de Zwitserse gezantschap in Groot-Brittannië van 15 juli 1940 berichtte de consul van Vancouver dat mevrouw Bronny, de echtgenote van een in Kananaskis geïnterneerde Duitse staatsburger, door de “County Court” in Vancouver is veroordeeld omdat zij in het bezit was van plattegronden van het interneringskamp Kananaskis, Alta, die waren opgemaakt door een oorspronkelijk aldaar geïnterneerde Duitse staatsburger. Zij werd bestraft met 2 jaar gevangenisstraf en een boete van 500 $. Door het genoemde consulaat werd mevrouw Bronny aangeraden tegen dit vonnis in beroep te gaan, waarbij haar de diensten van de vertrouwensadvocaat van het consulaat voor noodgevallen werden aangeboden.“.
Uit de briefwisseling, die deels in het Engels, deels in het Frans werd gevoerd, blijkt dat er oorspronkelijk meerdere aanklachten waren. De meeste aanklachten werden laten vallen; over bleef de aanklacht wegens het bezit van de plattegrond van het kamp waar haar man Adolf Bronny verbleef.
De aanklacht berustte op Paragraaf 16 lid d. van de Verordening ter verdediging van Canada (Defence of Canada Regulations).
In een Canadese krant staat daarbij het volgende artikel.

Globe and Mail 1940
.
Vrouw uit Vancouver moet zich voor de rechter verantwoorden, zij droeg een kaart van het vreemdelingenkamp bij zich.
Vancouver, 16 juni (CP) –
Elisabeth Bronny werd zaterdag voor de rechter gebracht toen zij verscheen voor de politierechtbank in Richmond voor een eerste hoorzitting wegens overtreding van de “Defense of Canada Regulations”.
De rechercheur John K. Barnes van de “Royal Canadian Mounted Police” verklaarde dat de politie bij de huiszoeking in de woning van mevrouw Bronny op 25 mei een kaart van het interneringskamp voor vreemdelingen in Kananaskis, Alta, had gevonden. Hij zei dat de kaart niet op schaal was getekend, maar wel de algemene plattegrond van het kamp toonde.
Als verdere bewijsstukken werden overgelegd een brochure die naar verluidt het lidmaatschap van mevrouw Bronny bij de Duitse nazipartij aantoont, en een foto van het kamp Kananaskis die volgens sergeant Barnes “kennelijk afkomstig was uit een Duitstalige krant die ergens in Canada werd gedrukt.”
De brochure droeg de handtekening en de foto van mevrouw Bronny en wees haar aan als lid van de Nationaal-Socialistische Duitse Arbeiderspartij, de volledige naam van de nazi-organisatie.
Ivan Ooshakoff, speciaal agent van de R.C.M.P., verklaarde dat de brochure het embleem van de nazipartij droeg en de facsimile-handtekening van Adolf Hitler.
Op de eerste pagina, zo zei hij, stonden instructies in de Duitse taal: “Bedenk dat u, waar u ook bent, een vertegenwoordiger en lid bent van de Nationaal-Socialistische Partij en een lid van onze gemeenschap.”
.
In de briefwisseling wordt de naam genoemd van de Canadese vrouw die moet worden uitgewisseld tegen Elisabeth Bronny (met dochter). In een brief van 4 april 1942 valt de naam Phyllis Bosworth. Phyllis Bosworth was tot dan toe geïnterneerd in kamp Liebenau. Mevrouw Bosworth staat niet op de passagierslijst van de Zamzam die in het boek wordt vermeld. Ze staat ook niet op de groepsfoto van de zeven, met name genoemde Canadese vrouwen, op de achterkant van de boekomslag. Phyllis Bosworth, die werd uitgewisseld tegen mevrouw Bronny, behoorde dus niet tot de passagiers van de Zamzam. De uitwisseling vond echter gelijktijdig plaats. Het is dus eerder toeval dat mevrouw Bronny met haar dochter in de literatuur is terechtgekomen.
In het Arolsen Archief en in het Canadese Staatsarchief is mevrouw Bosworth te vinden. Wat destijds de reden was voor haar internering werd niet onderzocht. Volgens een schrijven van 10 april 1942 heeft mevrouw Bronny aangegeven terug naar Duitsland te willen gaan. Waarheen en wat daarvan is geworden blijkt niet uit de briefwisseling, die met de brief eindigt.
Aantoonbaar is dat de moeder vanaf 1946 weer in Duitsland was ingeschreven. Op haar inschrijvingskaart stond dat zij zich had gelegitimeerd met een identiteitsbewijs uit Ostrowo / Posen.
Het identiteitsbewijs was op 26.05.1943 afgegeven door het Landratsamt Ostrowo. Verder bestaat er een portretfoto van haar zoon Manfred, op de achterkant waarvan zich een stempel bevindt van een fotoatelier uit Ostrowo. Het toont hem met een tot dusver niet geïdentificeerde jonge vrouw. Het kon niet eenduidig worden vastgesteld of de jonge vrouw zijn zus is. De broers en zussen zijn al vele jaren geleden overleden. Omdat de vrouw naast Manfred Bronny geen bril draagt, bestaan er bij de familieleden twijfels. Wij vonden echter aanwijzingen dat het heel goed zijn zus zou kunnen zijn. Haar voornaam staat ook op de achterkant. Er zijn echter voornamen die meer dan één keer voorkomen.
.
*In het origineel, The Accidental Captives: The Story of Seven Women Alone in Nazi Germany. Door Carolyn Gossage.
.
Verdere gegevens over Manfred Bronny
Het is werkelijk puur geluk dat de laatste zeven foto’s nog bestaan. Enkele maanden daarvoor werd binnen de familie een huishouden opgeheven en werden alle foto’s waarop Manfred Bronny te zien is vernietigd, omdat niemand een band met hem had. Op dat moment waren wij nog op zoek naar de familieleden, maar we zaten vast met ons onderzoek. Toen wij het spoor weer oppakten was het te laat. Men deelde ons mee dat er geen foto’s van Manfred Bronny meer zouden zijn. Toen wij korte tijd later een bericht ontvingen dat er bij het opruimen nog enkele foto’s waren gevonden, en ons werd gevraagd of wij de foto’s wilde hebben, was onze vreugde natuurlijk enorm. Geluk gehad!
Van de zeven nog bestaande foto’s zijn er slechts weinig aanwijzingen. Alleen een foto waarop Manfred Bronny in Duits Luftwaffe-uniform te zien is, laat aan de hand van de onderscheiding een tijdsbepaling toe. Het Luchtafweer-gevechtsinsigne van de Luftwaffe werd op 10 januari 1941 gesticht door Hermann Göring (opperbevelhebber van de Luftwaffe), daarom kan de foto niet eerder zijn gemaakt.
.

Manfred Bronny in gezelschap. Bron: Stichting Oorlogsslachtoffers.
.
De gevangenneming
De omstandigheden van de gevangenneming van het team zijn te lezen bij luitenant Günther Schulz.
Uit de nalatenschap van sergeant W. J. Staiger, Comp. C van het 769th Military Police Battalion stamt een heel bijzondere foto.
Sergeant Staiger maakte de foto toen het team voor verhoor naar het hoofdkwartier van de militaire politie in Luik werd gebracht.
.

Op weg naar het verhoor; v.r.n.l. K.H. Weisenfeld, M. Bronny, H. Reich (nauwelijks zichtbaar)
en nog op de laadvloer van het voertuig G. Schulz. Foto, Sgt. Walter J. Staiger
.
|
|
.
Wie de verklaringen van L.M. Hansen, Staff Sergeant, eveneens Comp. C van het 769th Military Police Battalion, en van Frederich Wellach, First Lieutenant, G-2 Section First US Army, naast elkaar legt, komt tot de conclusie dat de foto, met grote zekerheid, op 20.12.1944 is gemaakt. Wellach had zeker niet langer dan een dag nodig om te achterhalen welke van de vier gevangenen het meest geschikt was als informatiebron.
Nadat Wellach het kaf van het koren had gescheiden, was het zeker niet meer nodig de vier samen te vervoeren. Waar de vier tussen de verhoren en het eerste proces (Bronny, Reich en Weisenfeld) waren ondergebracht is weliswaar niet bekend, maar er is in Luik een gevangenis die destijds ook operationeel was. Of de vier daar echter waren ondergebracht is onzeker.
Wie meer wil weten over W. Staiger en zijn eenheid kan kijken onder “Ervaringsverslagen”.
.
Het doodvonnis


Het doodvonnis tegen Manfred Bronny en zijn kameraden zoals het zich bevindt in het Dachauer procesdossier van Otto Skorzeny.
Bron: BayHStA, Dachauer Kriegsverbrecherprozesse M1106
.

Links naast Manfred Bronny ligt Karlheinz Weisenfeld. Ook diens graf is versierd.
Bron: Stichting Oorlogsslachtoffers.
.
Bundesarchiv Abteilung PA, voormalig Deutsche Dienststelle Berlijn (WAST)
De aanwezige personeelskaartsystemen* van de centrale personeelskartei van Manfred Bronny hebben wij (maart 2021) zelf ingezien.
Volgens melding van 28.07.1945: Manfred Bronny geldt sinds 23.12.1944 in het gebied rond Malmedy als vermist. Hij zou niet zijn teruggekeerd van een speciale opdracht. Daarbij bevinden zich bij de kaarten een brief** van zijn moeder. De datering is slechts moeilijk te lezen, omdat er een sticker met de naam van de vermiste overheen is geplakt. Er kan 20.05.1945 worden gereconstrueerd, wat dan ook past bij de melding van 28.07.1945. De geadresseerde is het Hauptamt für Gefallene und Vermisste in Berlijn (Tempelhof), Jüterborg Str. Kazerne. Mevrouw Bronny deelt mee dat haar zoon, de Wachtmeister Manfred Bronny, sinds 23.12.44 in het westen als vermist wordt opgegeven.
Zijn laatste adres luidde (13a) Alt Neuhaus, über Vielseck, Oberpfalz, Eenheid Stielau.
De moeder citeert vervolgens een schrijven dat zij had ontvangen.
De afzender van het schrijven luidt: Panzer Brigade 150 Kommando Kompanie.
De inhoud van de mededeling citeert mevrouw Bronny als volgt: In de loop van de gevechtshandelingen op 23.12.44 werd in het kader van een speciale eenheid, waartoe ook uw zoon behoorde, de Wachtmeister Bronny met een opdracht belast. Hij is sindsdien niet teruggekeerd. Wij vermoeden dat hij in vijandelijke handen is gevallen.
Ondertekend Lorenz
Major en commandovoerder
*/**Signatuur zie Bronvermelding
Inlichtingen van het Internationaal Rode Kruis (ICRC) in Genève
(International Committee of the Red Cross, ICRC)
Uit de nog aanwezige zoekaanvraag bij het Rode Kruis in Genève blijkt dat Manfred Bronny sinds 23.12.1944 als vermist gold. Volgens de zoekaanvraag van 07.07.1946 verklaarde zijn moeder dat haar zoon Manfred was ingedeeld bij de Panzer-Brigade 150.
De overlijdensakte werd bij het Rode Kruis in Genève geregistreerd onder: RAD 96518.
De akte wijkt in de gegevens slechts weinig af van de akte van Günther Billing.
Ook hier ontbreken de gegevens over de gevangenneming. Op deze akte wordt de eenheid vermeld met de toevoeging Panzer-Brigade 150.

Duitse Militaire Begraafplaats Lommel, België. Foto: © Stichting Oorlogsslachtoffers.
Andere commandosoldaten van Operatie Greif: Günter Joachim Billing, Horst Ernst Görlich, Arno Krause, Rolf Meyer, Erhard Emil Miegel, Manfred Franz Joachim Pernass, Robert Martin Emil Pollack, Hans Walter Otto Reich, Günther Rudolf Schilz, Wolfgang Egon Herbert Schmidhuber, Wilhelm Schmidt, Günther Ernst Heinz Schulz, Otto Richard Struller, Erich Heinrich Wedel, Karlheinz Wilhelm Weisenfeld, Hans Dietrich Wittsack

