Bron: Stichting Oorlogsslachtoffers
.

| Naam | Meyer |
| Voornaam | Rolf |
| Roepnaam / Bijnaam Alias |
Rolf / Röllie Rolf Benjamin Meyer |
| Rang | Obergefreiter |
| Alias Rang / Naam | Second Lieutenant / Sammy Rosner |
| Geboren | 21.02.1921 in Helsingfors (Helsinki) |
| Overleden / Geëxecuteerd | 30.12.1944 in Henri-Chapelle (België) |
| Graflocatie . |
Eerste begrafenis in Henri-Chapelle. Later herbegraven op de Duitse Oorlogsbegraafplaats Lommel (België), Blok 18 / Graf 461 |
| Identificatieplaatje | -1128- 1./Inf.Ers. Btl.209 [5] |
| Groep (2 teams, exacte indeling onbekend) | Horst Görlich, Arno Krause, Erhard Miegel, Robert Pollack, Günther Schilz, Dietrich Wittsack |
| Datum & plaats van gevangenneming | 23.12.1944 ca. 02.30 uur, in/bij Géromont nabij Malmedy (België) |
| Onderscheidingen | Onbekend |
| Laatste eenheid | Kommandokompanie Panzerbrigade 150 |
| Vader | Otto Ferdinand Gustav Meyer, geb. in Rostock (Mecklenburg – Vorpommern) |
| Roepnaam, vader | Otto |
| Beroep, vader | Koopman |
| Moeder | Anna Mathilde Meyer geb. Clef, geb. in Keulen (NRW) |
| Roepnaam, moeder | Thilla |
| Beroep, moeder | Huisvrouw |
.
NSDAP
In het Bundesarchiv in Berlijn (BArch voorheen BDC) kon alleen het lidmaatschap van Otto Meyer, de vader van Rolf Meyer, van de NSDAP worden bevestigd. Het lidmaatschapsnummer luidt: 3028948. Toetredingsdatum mei 1933. Zijn lidmaatschap berustte volgens zijn familieleden op zakelijke belangen.
Otto Meyer was politiek niet actief. Zijn toetreding tot de partij werd binnen de familie helemaal niet graag gezien.
Opleiding
Over de schoolopleiding van Rolf Meyer is niets bekend. Echter wordt op een vragenlijst, die voor de Deutsche Dienststelle bestemd was, het beroep koopman opgegeven. Conrad Clef, de oom van Rolf Meyer, heeft deze vragenlijst begin september 1977 ingevuld.
Het document bevat nog meer opmerkelijke informatie, daarover later meer.
| Volgens melding van 20.02.1941 en van 07.08.1941 | 1. Kompanie Infanterie-Ersatz-Bataillon 209 |
| Volgens melding van 20.08.1941 | 5. Kompanie Infanterie-Regiment 43 |
| Volgens melding van 17.12.1942 en van 09.01.1943 | Marschkompanie Infanterie-Ersatz-Bataillon 202 |
| Volgens melding van 20.03.1943 en van 29.09.1943 | Stabskompanie Jäger-Bataillon 6 |
| Volgens brief van 12.04.1944 | 1. Genesendenkompanie Jäger-Ersatz-Bataillon 17 |
| Volgens brief van 08.08.1944 | Ski-Jäger-Ersatz-Bataillon 1 |
| Volgens melding van 30.12.1944 | Panzer-Brigade 150 |
| 07.09.1941:…………………. Kriegslazarett 4/608 Riga |
Nierontsteking . |
Aankomst Vertrek |
Van troep Voor verdere behandeling, Kemmern |
| 23.09.1941: Kuurlazaret Kemmern |
Aankomst.. Vertrek |
Kriegslazarett 4/608 29.10.1941 Infanterie Ersatz Bataillon 43 |
|
| 20.03.1942: bij Bardachjny (?) |
Lichte verwonding Infanterieschotwond linkervoet |
Aankomst Vertrek |
Onbekend Overgedragen aan hoofdverbandplaats Surach (Surazh) |
| 30.03.1942: Reservelazarett II Ulm / Donau |
Infanterie-doorschot 2e teen links . |
Aankomst Vertrek |
Van Lazarettzug 2612 22.05.1942 Infanterie Ersatz Bataillon 45, Goldap (Polen) |
| 29.08.1943: Bij Kistinki (Kestnga) Rusland |
Licht verwond, artillerieschotwond voet . |
Aankomst Vertrek |
Onbekend Overgedragen aan hoofdverbandplaats |
| 10.09.1943: Kriegslazarett 1/521 Finland |
Granaatsplintersteekwond rechter enkel, met verwonding van het voetgewricht |
Aankomst Vertrek |
Niet vermeld 26.09.1943 overgeplaatst met lazaretschip |
| 01.10.1943: Reservelazarett Riesenberg * |
Aankomst Vertrek |
Van ziekenlazaret Kemi 01.03.1944 Jäger-Ersatz- und Ausbildungs-Bataillon Arys |
.
*Opmerking; het Reservelazarett Riesenberg was vermoedelijk Riesenburg (West-Pruisen), nu: Prabuty. De plaats Riesenberg ligt in Oostenrijk
De familiegeschiedenis
Rolf Meyer werd sinds 23.12.1944 als vermist beschouwd. Dit werd de nabestaanden, volgens melding van 24.03.1945, reeds op 22.01.1945 medegedeeld. Rolf Meyer zou in het gebied Malmedy van een speciale opdracht niet zijn teruggekeerd.
De ouders van Rolf Meyer hadden in Helsinki een houthandel, de familie was daar voor het eerst in november 1920 ingeschreven. Reeds de grootvader van Rolf Meyer, de vader van Otto Meyer, was in Rostock werkzaam in de houthandel. Wanneer de familie vanuit Finland terugkeerde naar Duitsland, kan vandaag niemand meer met zekerheid zeggen. De laatste vermelding op de inschrijvingskaart uit Helsinki dateert van 01.01.1924. Op de inschrijvingskaart ontbreekt echter een aanwijzing voor de terugreis naar Duitsland. Binnen de familie wordt een periode rond 1930 genoemd. Familie Meyer vestigde zich in Friedrichsgabe, Post Harksheide Kreis Pinneberg. Vandaag behoort de plaats tot Norderstedt, Kreis Segeberg in de deelstaat Schleswig-Holstein. Otto Meyer had daar een zaak voor bouwmaterialen. De zaak werd begin jaren 60 verkocht. Toch kan men vandaag de dag nog steeds in de „Baumarkt Otto Meyer” in de Ulzburger Strasse winkelen. De zaak is echter niet meer in familiebezit.
.

Rolf en Otto Meyer (R) luisteren naar de waarschijnlijk niet zo serieus bedoelde uiteenzettingen van Conrad Clef (L).
Bron: Familiebezit.
.
Pas eind 1976, begin 1977 vernam Otto Meyer over de dood van zijn zoon. Er bestaat uit de nalatenschap van Otto Meyer een politierapport met begeleidend schrijven van de Belgische gemeente Welkenraedt. De brief is geadresseerd aan Otto Meyer en gedateerd op 7 februari 1977. Daarin wordt medegedeeld dat de Duitse soldaten niet meer in Henri-Chapelle liggen, maar werden overgebracht naar de Duitse Soldatenbegraafplaats in Lommel. Nu had Otto Meyer trieste zekerheid over de dood van zijn zoon, en wist hij waar zijn zoon begraven ligt. Samen met zijn zwager bezocht hij, volgens uitspraken van de familie, het graf in Lommel. Daar zou hij ook iets hebben vernomen over de mislukte militaire operatie in de Ardennen. Op 14.06.1977 bezweek Otto Meyer in het hoofdstation van Hannover, in de Intercity 181, aan een hartinfarct. Zijn vrouw Thilla volgde hem een dag later vrijwillig in de dood. Zij heeft nooit van de dood van haar zoon geweten. Otto Meyer had het niet kunnen opbrengen om zijn vrouw over de dood van hun gezamenlijke zoon te vertellen. Na Otto Meyers plotselinge dood heeft zijn zwager Conrad Clef verder onderzoek verricht. In de nalatenschap van Otto Meyer respectievelijk Conrad Clef bevonden zich nog enkele opmerkelijke documenten. Deze documenten en enkele foto’s werden mij door de nabestaanden ter beschikking gesteld.
.

Amerikaans overlijdensbericht. Bron: In het archief van de auteur
.
Het meest opmerkelijke document uit de nalatenschap is wel het overlijdensbericht, opgesteld op naam van Rolf Benjamin Meyer. Dit overlijdensbericht van het Internationale Rode Kruis in Genève was waarschijnlijk ook aanleiding van de correspondentie met de gemeente Welckenradt. Dat Conrad Clef de zoektocht naar antwoorden voortzette had een reden. Er klopte iets niet met het overlijdensbericht. Hoe Otto Meyer in het bezit kwam van het overlijdensbericht kan vandaag niemand meer zeggen. Het document onderscheidt zich van de andere door het ontbrekende RAD-nummer. Het document is dus niet via het Rode Kruis verlopen, aangezien alle andere documenten zo’n nummer hebben. Het gaat echter ook niet om een gebruikelijke kopie, omdat de handtekening van Major Steiner blauw is. We weten vandaag dat de militaire eenheid niet klopt, daar had Kommandokompanie der Panzer-Brigade 150 moeten staan. Normaal werden deze documenten opgesteld voor overleden krijgsgevangenen. Hoe konden de Amerikanen de geboortegegevens of het adres van de nabestaanden weten? Want volgens het overlijdensbericht werd Rolf Meyer in Germont (nabij Malmedy) dood aangetroffen. Voor alles had er misschien nog plausibele verklaringen kunnen zijn, bijvoorbeeld een portemonnee waarin de gegevens werden gevonden. Eén punt moet er echter voor gezorgd hebben, dat bij Otto Meyer en Conrad Clef alle alarmbellen luid begonnen te rinkelen. De twee wisten meteen dat het document niet met de waarheid overeenkwam. Daarom zag Conrad Clef zich genoodzaakt, na het overlijden van het echtpaar Meyer, het onderzoek voort te zetten. Op 12.08.1977 werd door een notaris uit Bremerhaven een kopie van het overlijdensbericht gewaarmerkt. Dat was dus enkele weken na het overlijden van het echtpaar Meyer. Conrad Clef heeft een op 09.09.1977 ondertekende persoonsvragenlijst van de Deutsche Dienststelle samen met de gewaarmerkte kopie van het overlijdensbericht naar Berlijn gestuurd. Daar ligt de gewaarmerkte kopie van het overlijdensbericht ook vandaag nog, het originele document uit de nalatenschap van Otto Meyer bevindt zich vandaag, met andere documenten uit de nalatenschap van de familie, in ons archief. Het is een gelukkige omstandigheid dat de vragenlijst samen met het overlijdensbericht bewaard zijn gebleven.
Op de vragenlijst staat achter de voornaam Rolf: „alleen deze”. De verklaring daarvoor wordt door Conrad Clef op de achterkant van de vragenlijst (onderaan) meegeleverd. Daar wordt de waarschijnlijk belangrijkste reden genoemd waarom Conrad Clef de naspeuringen had voortgezet.
.

Vragenlijst. Bron: © Stichting Oorlogsslachtoffers.
.
De brief van 08.08.1944 uit Pilsen was het laatste levensteken van Rolf dat zijn ouders hadden ontvangen. Indien op het overlijdensbericht niet de verborgen boodschap van Rolf had gestaan, hadden er na het overlijden van de ouders waarschijnlijk geen verdere naspeuringen door Conrad Clef plaatsgevonden.
Men zou misschien pas vele jaren later hebben vernomen dat er met de gegevens over de dood van Rolf Meyer iets niet klopte. Enige tijd geleden kreeg de familie een boek in handen. Het was waarschijnlijk een boek dat zich bezighoudt met het Ardennenoffensief. Zoals zo vaak worden afbeeldingen van in gevangenschap geraakte commandosoldaten getoond. Een van de afbeeldingen toont twee krijgsgevangenen in dikke wintermantels, links en rechts van hen staan twee gewapende militaire politieagenten. De familieleden waren het meteen eens. De rechter krijgsgevangene is: ROLF MEYER. Het is maar goed dat zijn ouders die foto niet kenden.
.


(Links) Rolf Meyer en zijn vader Otto Meyer. Bron: Stichting Oorlogsslachtoffers. (Rechts) Op de foto rechts draagt Rolf Meyer een snor; zijn verschijning, zijn manier van poseren, ook al is deze ongewild, is onmiskenbaar. Daarbij komt dezelfde bril die hij ook op de andere foto draagt.
.

Schmidt, Billig en Pernass
De foto ontstond kort na de gevangenneming van de drie.
Het beste bewijs dat de twee in wintermantel (Schilz en Meyer) NIET Schmidt, Billing of Pernass zijn.
Bron: The National WWII Museum New Orleans / Signal Corps US-Army.
.

Rolf Meyer samen met zijn moeder voor de Mercedes-Benz 170V Cabrio.
Nog net herkenbaar is bij Rolf het kuiltje in de kin dat op de foto van het
US-leger duidelijker te zien is. Bron: Stichting Oorlogsslachtoffers.
.
Hiermee hebben we nu een begin gemaakt met de identificatie van afgebeelde Duitse krijgsgevangenen van het US-leger, die in het kader van Operatie Greif in handen vielen van de Amerikaanse militaire politie. Aangezien de rechter krijgsgevangene Rolf Meyer is, moet de vraag wie naast hem staat ook op te lossen zijn. Want we kunnen de kring van mogelijke personen aanzienlijk inperken. Het antwoord moet echter nog op zich laten wachten.
Rapport van het US-leger

.

NARA 498:245:box1283:folder December 12-31 1944. Bron: NARA Washington USA of Nationalarchive Washington (NARA)
.
Bron uit de literatuur
“Frustrated in its tactical and long-range sabotage and espionage missions, the 150th Panzer Brigade sent seven of its members in U.S. uniform, on foot, behind American lines with the mission of locating a U.S’. artillery battery near Geromont. Through conversations with the gun crew, the seven were to secure information concerning positions and intentions of the battery. The American artillerymen proved poor hosts and poorer quiz contestants, and the seven spies were detained and taken to the 30th CiC Detachment. This detachment rushed the group to the 301st CIC with the same speed with which the alert soldiers of the 117th U.S. Regiment had delivered the captives to them .
More information was gained concerning the Eisenhower assassination plot. Naval Sergeant Horst Goerlich said that he had heard Hardieck discussing the plan, which included the dropping of parachutists near Paris to aid the expedition. This statement added impetus to the threat since unconfirmed reports of parachutist droppings near Paris had been received on 20 December, three days before.
Acting Corporal Rolf Benjamin Meyer, alias Lt. Sammy Rosner, also substantiated previous versions of the plot, adding that the alleged assassins would have Nipolit, a plastic explosive, and specially manufactured poisoned ammunition.
Goerlich, Meyer and their five associates were executed on 30 December, four days after their sentence by a U.S. Military Commission. All seven had been members of the Einheit Stielau.”
History of the CIC, John Mendelsohn
.
PWI-rapport
In het PWI Report NO. 7 24/25 Dec 1944 van het First Army wordt het voorval slechts kort beschreven. De mannen met wie Rolf Meyer onderweg was, had men toegewezen aan de “communications* destroyers teams” van de eenheid Stielau. De mannen waren echter niet dienovereenkomstig uitgerust en werden daarom als verkenners te voet ingezet. Zij moesten naar een Amerikaanse eenheid in de buurt van Géromont gaan, daar moesten zij met de Amerikaanse soldaten praten en informatie over de posities en plannen van deze eenheid verzamelen. Prompt werden de Duitsers door de Amerikanen gevangengenomen.
* Met het woord communication bedoelen de Amerikanen elke vorm van communicatie – ook wegverbindingen of bruggen in bredere zin.
Bundesarchiv Afdeling PA, voorheen Deutsche Dienststelle Berlijn (WASt)
De centrale kaartfiche*, van het centrale personeelsregister van de WASt, van Rolf Meyer werd in maart 2021 door mij ingezien.
Na de vermissingsmelding van 1945 was er in deze zaak voorlopig niets gebeurd.
Nadat de Deutsche Dienststelle in Berlijn de aanvraag van Conrad Clef ontving, is deze begonnen met onderzoek. Op de kaartfiche werden 2 meldingen genoteerd. Op 22.08.1977 en op 12.10.1977 kwamen in Berlijn brieven van Conrad Clef met documenten aan. Er wordt op de kaart vermeld dat de vader van Rolf Meyer had vernomen dat zijn zoon had deelgenomen aan een speciale missie met Amerikaanse jeeps en uniformen. Op de kaartfiche wordt ook vermeld dat het bekend was dat deze onderneming was mislukt. Naar aanleiding van de aanvraag van Conrad Clef werden de Amerikaanse krijgsgevangenendossiers geraadpleegd en vertaald. Deze documenten roepen vandaag meer vragen op dan dat ze antwoorden geven. Ook het vreemde Death Certificate van “Rolf Benjamin Meyer” wordt op de kaart vermeld. De herkomst blijft echter in het duister. Blijkbaar bestond er een grafkaart voor “Rolf Benjamin Meyer”. De datum van de herbegrafenis naar Lommel is onbekend. Het kan nu worden uitgesloten dat de ouders van Rolf Meyer hadden vernomen dat hun zoon was geëxecuteerd. Hoe de overige familie de gevoelige informatie heeft opgenomen kan men slechts vermoeden. Sommigen zullen gedacht hebben, dat het goed was dat de ouders dat niet meer hebben vernomen.
*Signatuur persoonskaartfiche, zie Bronvermelding.
.


.
De beide brieven, waarbij het slechts gaat om vertalingen uit het Engels, roepen meer vragen op dan dat ze antwoorden geven. Het zou zeer behulpzaam zijn geweest om de Amerikaanse bron van de brieven te vinden, echter zijn al onze pogingen op niets uitgelopen. Bron: Deutsche Dienststelle (WASt)
OMGUS staat voor: Office of Military Government for Germany. Het ging hierbij om de hoogste Amerikaanse bestuursinstelling in Duitsland. Bij het Institut der Zeitgeschichte in Berlijn en München worden de dossiers van OMGUS bewaard. Op verzoek kon men daar echter niet verder helpen.
Inlichtingen van het Internationale Rode Kruis (IKRK) in Genève
(International Committee of the Red Cross, ICRC)
Het Internationale Rode Kruis deelde op 22.04.2010 schriftelijk mee dat er in hun archief geen overlijdensbericht op naam van Rolf Meyer aanwezig is. Dit is waarschijnlijk ook de reden dat de Duitse autoriteiten de familie aanvankelijk niet over de dood van Rolf Meyer konden inlichten. Het is echter ook niet opgehelderd of de overlijdensberichten in elk geval via de Deutsche Dienststelle liepen of mogelijk ook direct aan nabestaanden werden verzonden. In elk geval zou er echter een kopie in het archief van het Rode Kruis te vinden moeten zijn geweest.
Van het hier voorliggende document werd aan het Internationale Rode Kruis in Genève een kopie overhandigd.

Duitse Soldatenbegraafplaats Lommel, België. Foto: © Stichting Oorlogsslachtoffers.