Bron: Internet
.

| Naam | Pernass |
| Voornaam | Manfred Franz Joachim |
| Roepnaam | Manfred |
| Rang | Unteroffizier |
| Alias Rang / Naam | Clarence van der Wert |
| Geboren | 03.08.1921 in Gollnow (Pommeren) |
| Overleden / Geëxecuteerd | 23.12.1944 in Henri-Chapelle (België) |
| Graflocatie . |
Eerste begrafenis in Henri-Chapelle. 23.01.1947 herbegraven op de Duitse Oorlogsbegraafplaats Lommel (België), Blok 24 / Graf 472 |
| Identificatieplaatje | -724- 6./Kf.Ers.Abt.3 [7] |
| Teamgenoten | Günter Billing, Wilhelm Schmidt |
| Datum & plaats van gevangenneming | 18.12.1944 in/bij Aywaille (België) |
| Onderscheidingen | Onbekend |
| Laatste eenheid | Kommandokompanie Panzerbrigade 150 |
| Vader | Willi Hermann Pernass, geb. in Berlijn |
| Roepnaam, vader | Willi |
| Beroep, vader | Stadsbankmeester en ambtenaar burgerlijke stand |
| Moeder | Charlotte Anna Elisabeth Pernass geb. Ulrich, geb. in Stassfurt (Saksen-Anhalt) |
| Roepnaam, moeder | Charlotte |
| Beroep, moeder . |
Sinds 15.02.1943 dienstplichtig bij het stadsbestuur van Wusterhausen. Niet in ambtelijk dienstverband |
.
.
NSDAP
In de NSDAP-ledenkartotheek bij het Bundesarchiv Berlijn (BArch), uit de bestanden van het voormalige Berlin Document Center (BDC), werden de ledenkaarten van de familie Pernass aangetroffen.
Willi Pernass Toegetreden op 01.08.1932 Lidmaatschapsnummer 1229398
Charlotte Pernass Toegetreden op 01.01.1933 Lidmaatschapsnummer 1460916
Manfred Pernass Toegetreden op 01.09.1939 Lidmaatschapsnummer 7142855
De ouders van Manfred Pernass waren actief werkzaam in de partij. Aangezien er over de politieke loopbaan van Manfred Pernass nagenoeg geen informatie bestaat, dient de politieke loopbaan van de ouders nader te worden belicht. Charlotte Pernass was van 01.01.1933 tot 01.06.1936 plaatselijke kasbeheerder van de NS-Frauenschaft in Wusterhausen/Dosse. Vanaf 01.06.1936 was zij ambtsdrager bij de NS-Frauenschaft in Wusterhausen/Dosse. Charlotte Pernass is op 01.01.1933 begonnen met haar dienst als plaatselijke kasbeheerder; op een ander formulier wordt 01.02.1933 genoemd. Dergelijke afwijkingen bij afzonderlijke data zijn echter niets ongewoons en komen telkens weer eens voor. Genealogen weten waarover wordt gesproken. Willi Pernass was sinds 01.02.1933 de kasleider van de NSDAP-afdeling Wusterhausen/Dosse. Op 01.08.1942 werd door de afdelingsleider van de NSDAP voor het echtpaar Pernass een aanvraag ingediend voor de verkrijging van de dienstonderscheiding van de NSDAP, voor 10-jarige werkzaamheid. De gegevens omtrent de werkzaamheden binnen de partij zijn afkomstig uit deze aanvragen. De aanvragen werden echter teruggestuurd omdat zij, voor de duur van de oorlog, van de zijde van de Reichsleitung niet meer konden worden behandeld.
Er zijn tot nu toe 2 aanwijzingen voor politiek gemotiveerde activiteiten van Manfred Pernass. De eerste aanwijzing is geen grote verrassing, alleen het feit dat zo’n lijst nog bestaat. Manfred Pernass duikt op een ledenlijst van het Deutsches Jungvolk op. In de in origineel handgeschreven ledenlijst van het Fähnlein 23/1/24 Langemarck wordt Manfred Pernass als Jungzugführer (toegetreden op 05.03.1933) genoemd. Een afschrift werd door de Wusterhausener heemkundige Jörg Wirsam ter beschikking gesteld. Aangezien bij alle leden de toetredingsdatum wordt vermeld en de jongste datum 02.11.1935 is, kan de lijst op zijn vroegst op dat moment zijn ontstaan. De tweede aanwijzing is een schrijven aan schooldirecteur Wegener, waarin de afdelingsleider om verlof voor Manfred Pernass verzocht. De 17-jarige Manfred was als deelnemer aan de mars voor de Reichsparteitag 1938 voorzien.
.
Opleiding
In de inschrijving van het Wusterhausener overlijdensregister, waarvan een gewaarmerkt afschrift als kopie aanwezig is, wordt als beroep „Schüler” (scholier) opgegeven.
In het Brandenburgisches Landeshauptarchiv in Potsdam werd een schrijven aangetroffen van 25 augustus 1938 aan directeur Wegener. Daarin wordt verzocht dat Manfred Pernass voor de periode van 07. – 15. september verlof zou krijgen, omdat hij als deelnemer aan de mars voor de Reichsparteitag van dat jaar was voorzien.
Wie was directeur Wegener?
Pas de aanwijzing uit Wusterhausen bracht licht in de duisternis. Dr. Richard Wegener was directeur van de Jahnschule in Kyritz (1933 – 1948). Van 1926 – 1937 was het de Staatliche Aufbauschule, vanaf 1938 de Oberschule für Jungen in Aufbauform. Vandaag is het het Friedrich Ludwig Jahn Gymnasium. Het bevindt zich in de Perlebergstrasse in Kyritz.
Manfred Pernass bezocht de Aufbauschule tot het diploma na het eerste leerjaar (Einjähriges) en ging vervolgens vrijwillig naar de Arbeitsdienst en aansluitend naar de Wehrmacht.
| Melding van 09.12.1939 | 6. Kraftfahr-Ersatz-Abteilung 3 Perleberg | Uitgifte identificatieplaatje |
| Melding van 13.03.1940 . |
2. Kraftfahr-Ersatz-Abteilung 23 . |
Vertrek naar Panzerabwehr-Abteilung 234 Inzetgebied: Noorwegen (vanaf mei) |
| Melding van 04.11.1941 . |
Panzerjäger-Abteilung 234 Rang: Gefreiter |
Inzetgebied: Finland (Swir) . |
| Melding van 26.10.1942 . |
Stab Panzerjäger-Abteilung 234 . |
Vertrek naar Nachrichten-Dolmetscher-Ersatz-Abteilung Meissen |
| Melding van 18.11.1942 | 3. Nachrichten-Dolmetscher-Ersatz-Abteilung Meissen | |
| Melding van 16.10.1943 | 3. Nachrichten-Ausbildungs-Abteilung 4 Dresden | Aankomst van bovengenoemde eenheid |
| Melding van 12.05.1944 . |
2. Nachrichten-Abteilung 88 Inzetgebied: Noord-Oekraïne |
Aankomst van bovengenoemde eenheid . |
| Melding van 02.10.1944 (laatste melding) |
2. Nachrichten-Abteilung 88 . |
Vertrek naar Nachrichten-Ersatz-Abteilung 4 . |
.
Volgens eigen verklaring (First Army PWI Report No. 17 19-20 Dec.) was Manfred Pernass lid van de 3. Kompanie van de 4. Nachrichten-Ersatz-Abteilung (Chemnitz), voordat hij lid werd van de Kommandokompanie (Einheit Stielau).
.
De Deutsche Dienststelle heeft voor Manfred Pernass één lazaretverblijf vastgelegd.
Op 04.11.1941 in het Feldlazarett A 32, vanwege ziekte (infectie). De aankomst verliep via het ziekenverzamelpunt. Het vertrek werd niet vermeld.
.
De familiegeschiedenis
Uit het adresboek van de steden en dorpen van Kreis Ruppin uit het jaar 1927 blijkt dat de familie Pernass aanvankelijk in de Kyritzerstrasse 12 in Wusterhausen woonde. De straat werd tijdelijk hernoemd tot Horst-Wessel-Strasse. Het huis bestaat vandaag niet meer. Omstreeks 1933 verhuisde de familie en woonde van toen af aan op de Adolf Hitlerplatz 20 (Info J. Wirsam/Wusterhausen). Na het einde van de oorlog werd de naam veranderd in Roter Platz; dit adres is ontleend aan de overlijdensakte van Manfred Pernass, die op 14.08.1949 in het overlijdensregister van Wusterhausen werd ingeschreven. Hetzelfde huis, alleen de naam van het plein werd veranderd. Vandaag is het adres Am Markt 3. Normaal gesproken zou het adres niet noemenswaardig zijn. Het in 1764 gebouwde huis dat de familie Pernass tegelijkertijd met anderen deelde, is echter geen gewoon huis. Het is ver buiten de grenzen van Brandenburg bekend. Het onder monumentenzorg vallende Herbst’sche Haus is nu volledig gerestaureerd en toegankelijk gemaakt voor het publiek. Het huis dankt zijn naam aan de Wusterhausener koopman August Herbst, die het huis in 1917 kocht. Vandaag herbergt het huis naast toeristeninformatie en bibliotheek het Wegemuseum (heemkundemuseum) van Wusterhausen an der Dosse.
Het was niet eenvoudig om bruikbare informatie uit Wusterhausen te verkrijgen. Veel is in de vergetelheid geraakt, of er werden tot nu toe gewoonweg niet de juiste mensen gevonden. Daarom kwam het in de zaak Pernass tot een nauwe samenwerking met de rechtsopvolger van de familie van Manfred Pernass. Er werd een onderzoek aangevraagd in het Brandenburgisches Landesarchiv. Documenten die bij het onderzoek in het Landesarchiv te Potsdam aan het licht kwamen, tonen een uitermate explosieve situatie in het toenmalige politieke landschap van Wusterhausen. Sommige documenten lezen als de tekst van een blijspel. Echter met levensgevaarlijke springstof. Hierbij werden alleen die documenten geselecteerd die rechtstreeks verband houden met leden van de familie Pernass. De geschiedenis van Wusterhausen/Dosse en de NSDAP was in samenhang met dit onderzoek van ondergeschikt belang. De weinige documenten zijn echter geheel voldoende om een idee te krijgen van wat er over het thema Wusterhausen en de NSDAP nog in het archief in Potsdam sluimert. De ruzie, tot ver onder de gordel, tussen leden van de SA enerzijds en de NSDAP-afdelingsleider Köhler – die tegelijkertijd burgemeester was – en Willi Pernass anderzijds, krijgt hier verder geen grote aandacht, aangezien Willi Pernass blijkbaar slechts een bijrol in dit stuk uit het gekkenhuis lijkt te spelen. In ieder geval lijkt het erop dat Willi Pernass tot zijn plotselinge dood door een hartaanval op 05.02.1944 zijn ambten zoals voorheen heeft uitgeoefend. Belangrijker dan het bespioneren van burgemeester Köhler door een met naam genoemde V-Mann van de SA, is de loopbaan van Willi Pernass. De loopbaan van Willi Pernass kon met behulp van diverse documenten worden gereconstrueerd. Onder andere was het patiëntendossier van Martin Pernass een nuttige bron.
De moeder van Willi Pernass stierf toen hij 4 jaar oud was. Daarop kwam hij terecht in een Berlijns weeshuis. Na 1½ jaar kwam hij in pleegzorg. Dat functioneerde niet zo goed en Willi Pernass kwam weer terug naar het weeshuis. Op de leeftijd van 5½ jaar kwam hij in een pleeggezin in Dommitsch/Elbe. Tot zijn schoolverlating bleef Willi Pernass daar. Hij kreeg een aanstelling bij het stadsbestuur in Dommitsch. Willi Pernass trok als vrijwilliger (2. Kompanie Reserve-Jäger-Bataillon 15) ten strijde in de Eerste Wereldoorlog en keerde in 1916 gewond terug. Zijn rechter onderarm en zijn maag hadden het zwaar te verduren gehad.
In een briefwisseling, die zich over een langere periode uitstrekte, tussen het Landratsamt, de regeringspresident in Potsdam en burgemeester Köhler, wordt de loopbaan van Willi Pernass beschreven. In de briefwisseling gaat het om een hogere bezoldigingsklasse voor stadshoofdkasrendant Willi Pernass. De loopbaan wordt als volgt weergegeven:
| 1910 | Willi Pernass slaat de bestuurlijke loopbaan in. |
| 1914 | Als vrijwilliger trekt Willi Pernass ten strijde in de 1e Wereldoorlog. |
| 1916 | Aan het begin van het jaar keert Willi Pernass terug als zwaargewonde oorlogsinvalide. Vanaf 04.09. werkt Willi Pernass als kantoorassistent in Stassfurt. |
| 1918 | Van 15.12. – 31.10.1919 is Willi Pernass als boekhouder bij de stadshoofdkas in Gerbstedt aangesteld. |
| 1919 | Willi Pernass krijgt zijn eerste aanstelling als ambtenaar. Belastingsecretaris en stadskasrendant van de stad Gollnow (Pommeren). |
| 1922 | Vanaf 01.04 is Willi Pernass stadskasrendant van de stad Wusterhausen/Dosse. |
| 1928 | Willi Pernass voert, nadat de Stadtobersekretär met pensioen gaat, praktisch de gehele politiële en bestuurlijke werkzaamheden mede uit. |
| 1932 . |
Köhler (groepsleider van de NSDAP) draagt op 01.08. aan Willi Pernass het ambt van kasleider van de afdeling Wusterhausen/Dosse over. Op dezelfde dag wordt Willi Pernass lid van de NSDAP. |
| 1934 . . |
Op 25.02. wordt Willi Pernass in Frankfurt/Oder door de Gauleiter van de Kurmark op de Führer beëdigd. Op 01.07.: nadat de bureauchef werd ontslagen, krijgt W. Pernass van Köhler, naast het beheer van de gemeentekas, de gehele dienstwerkzaamheden van het bestuur als bureauchef toegewezen. Willi Pernass is nu Kämmereikassenrendant en bureauchef van het bestuur. |
| 1935 | Köhler verleent op voorstel van de gemeenteraadsleden op 09.04. aan W. Pernass de ambtsbenaming Kämmerer (gemeenteontvanger). |
| 1937 | Willi Pernass is nu Stadthauptkassenrendant. Burgemeester Köhler wijst er in zijn brief van 13.02.1937 op dat W. Pernass ver buiten de grenzen van Wusterhausen bekend is en werkzaam. Bijvoorbeeld als onbezoldigd onderzoeksambtenaar bij het Gemeindeprüfungsamt Neuruppin. Willi Pernass is Kreisrevisor voor Kreis Ruppin. |
.
Er is een brief van de Glaubensgemeinschaft Deutscher Christen aanwezig waaruit blijkt dat Willi Pernass ook daar actief was. Verdere informatie over dit thema is echter niet beschikbaar.

Brief van de Glaubensgemeinschaft Deutsche Christen. Bron: Jörg Wirsam/Wusterhausen Dosse.
.
Er werd slechts weinig informatie over Charlotte Pernass gevonden. Charlotte Pernass bezocht in Stassfurt de Ev. Mittelschule tot het 1e leerjaar. Zij heeft na het verlaten van de school de huishoudschool bezocht en is daarna getrouwd.
Martin Pernass
In het Brandenburgisches Landesarchiv in Potsdam werden, bij een routinematige controle, dossiers gevonden die betrekking hebben op Charlotte Pernass. Bij navraag over de omvang van de dossiers kwam de aanvullende informatie dat Manfred Pernass een broer had, maar dat deze al als kind was overleden. Er zou zelfs een patiëntendossier zijn. Eén van de gevonden dossiers heeft betrekking op het weduwepensioen van mevrouw Pernass. In het dossier bevindt zich naast de huwelijksakte ook een geboorteakte – opgesteld op naam van Martin Willi Pernass geb. 29.12.1936 in Wusterhausen / Dosse. In het dossier bevindt zich tevens een kort schrijven dat aangeeft dat Martin op 02.12.1940 was overleden. Het patiëntendossier van Martin Pernass duidt op één van de donkerste hoofdstukken van de nazitijd: de euthanasie. Het dossier is afkomstig uit de Landesanstalt Brandenburg-Görden. Martin had volgens de documenten een zware start in het leven. Nadat de moeder in de 8e maand van haar zwangerschap een zware griep kreeg, ging zij op aanraden van de huisarts naar het Kreiskrankenhaus Kyritz. Daar werd geprobeerd de geboorte in te leiden, dat mislukte en de zwangere vrouw werd weer naar huis gestuurd. Op 29.12.1936 kreeg zij in aanwezigheid van de huisarts het kind. Na de geboorte had Martin het zwaar te verduren. De jongen bleef in zijn ontwikkeling achter. Op de leeftijd van 4 maanden traden de eerste symptomen op. In 1937 stelde de huisarts bij een huisbezoek spasmen vast. Vanaf een bepaald moment was de moeder met de verzorging van Martin overbelast. De jongen zou aan de Landesanstalt Brandenburg-Görden worden afgegeven. Voor dit doel moest de huisarts een vragenlijst, het „Ärztliche Zeugnis” („Ärztliches Zeugnis zur Aufnahme von Geisteskranken, Schwachsinnigen und Idioten jeglichen Alters”), invullen. Uit de vragenlijst blijkt dat Martin volgens de huisarts aan de Littleschen Krankheit leed. Volgens de toenmalige wetgeving moest de huisarts Martin alleen al daarom melden. Dr. Rust ontkende in de vragenlijst (vraag 17) dat Martin erfelijk ziek was in de zin van de Wet van 14.07.1933 . In het in het archief van Potsdam bewaarde opnameregister van de Landesanstalt werden Reichsausschusskinder met een „R” gemarkeerd; dat gebeurde echter niet altijd. De ontbrekende „R” is dus ook geen bruikbare aanwijzing. Volgens het Landesarchiv werd de naam van Martin niet van zo’n „R” voorzien. Op 25.11.1940 werd Martin Pernass in de Landesanstalt opgenomen. Het eerste onderzoek van het kind werd uitgevoerd door hoofdarts Dr. Pusch. Als voorlopige diagnose wordt in het rapport hersenverlamming bij kinderen genoemd, daarbij het vermoeden van Status Marmoratus (Vogtsche Krankheit). Op grond van deze diagnose werd, volgens opgave van Willi Pernass, een „Sippentafel” aangelegd, een kleine stamboom om vast te stellen of het kind erfelijk belast was; dit was echter niet het geval. Verdere gevallen van hersenverlamming bij kinderen of andere verdachte aandoeningen werden in de stamboom niet genoemd. Vooraan in het patiëntendossier ligt een klein briefje, een toestemmingsverklaring. Op 24.11.1940 geeft Willi Pernass zijn toestemming dat bij zijn zoon röntgenfoto’s van het hoofd mogen worden gemaakt en zenuwvocht mag worden afgenomen. Vanwege het vermoeden dat Martin slachtoffer kon zijn van een dodingsdelict, leest men elke zin tweemaal en let men op elke bijzonderheid. (Zo valt onder meer op dat in de Sippentafel de geboorteplaats van Martins oudere broer Manfred met Wusterhausen Dosse en niet met Gollnow werd vermeld.)
Na het onderzoeksresultaat werd vanaf 26.11.1940 voor Martin een soort dagboek bijgehouden. Volgens het rapport had Martin reeds sinds de avond ervoor lichte koorts. Bij de rechterlong werden bronchitische geluiden waargenomen. Er ging een zogenaamde „Schlechtmeldung” (slechte berichtgeving) naar de ouders. De volgende dag werd een rechtszijdige onderkwabpneumonie (longontsteking) gediagnosticeerd. Het is opvallend dat pas op die plek een verslag volgt over hoe Martin in de inrichting aankwam. In het rapport staat het volgende: „Bij het afscheid van zijn ouders huilde hij enige tijd, liet zich echter spoedig afleiden en straalde toen hem speelgoed werd gegeven, waarmee hij zich op zijn manier bezighield.” ………„Op de eerste dag is gebleken dat Martin een zeker opnamevermogen bezit. Hij wist kinderen van de verzorgsters meteen te onderscheiden en wist wie hem in het bijzonder verzorgde. Juist deze verzorgster begroette hij de volgende ochtend bijzonder verheugd en probeerde haar onzeker zijn handje tegemoet te steken. Affectief was M., voor zover de korte duur van de observatie dat toelaat, gemakkelijk prikkelbaar. Hij huilde mee wanneer een van zijn kameraadjes huilde, en liet zich slechts moeilijk kalmeren”.
Op 28.11.1940 werd gerapporteerd dat de ziekteverschijnselen verder waren gevorderd. Martin reageerde nauwelijks meer op zijn omgeving. Martin lag bijna volledig apathisch in bed. De koorts steeg tot rond de 40 graden. De voedselinname ging achteruit. In het rapport staat dat Martin van het begin af aan slecht had gegeten. Dat staat in contrast met wat de ouders zouden hebben gemeld.
Op 02.12.1940 ging de algemene toestand verder achteruit. Martin was volledig zonder reactie. Het kind stierf om 5 uur 30, nauwelijks 7 dagen na opname in de inrichting. ’s Middags om 16 uur werd het lichaam geobduceerd. Het obductierapport (nummer 324) is bij het dossier gevoegd. Als klinische diagnose werd hersenverlamming bij kinderen genoemd. Als doodsoorzaak stelde de toenmalige patholoog kwabpneumonie en hartspierzwakte vast. Daarnaast werd de hersenen van de jongen onderzocht; een afzonderlijk rapport (40, 324) is eveneens bijgevoegd. De Status Marmoratus werd bij het onderzoek van de hersenen vastgesteld.
Of de jongen vermoord werd, is moeilijk te zeggen, maar zeker niet uit te sluiten. Naar onze mening ontbreken in dit afzonderlijke geval echter sluitende bewijzen. Zorgvuldigheid is bij een dergelijk zwaar vermoeden op zijn plaats.
Mochten verdere documenten met betrekking tot deze bijzondere zaak opduiken, dan volgt vanzelfsprekend een update.
Het einde van Manfred Pernass



.
US-rapport over de gevangenneming van het team. Bron: NARA, 498:245:box1283:folder December 12-31 1944.
.

.
Doodvonnis. Bron: BayHStA, Dachauer Kriegsverbrecherprozesse M1106 Fiche 18-Seiten 54-55
.

Schmidt, Billing en Pernass.
De foto ontstond kort na de gevangenneming van de drie.
Het mag toeval zijn, de drie staan op de foto zoals op de dag van de executie.
Bron: The National WWII Museum New Orleans / Signal Corps US-Army.
.
.
Manfred Pernass wordt voorbereid op zijn executie. Bron: Stichting Oorlogsslachtoffers.
.

.
Henri-Chapelle, 23.12.1944. Bron: Filmmateriaal NARA.
.

.
Om bezoek aan de executieplaats te ontmoedigen, werd de muur bijna geheel met aarde bedekt.
Henri-Chapelle, 2021. Foto: © Rico Vogels.
.
.
Record Group 111: Records of the Office of the Chief Signal Officer, 1860 – 1985. Bron: National Archives
.
US-document van de overdracht van het lichaam, ten behoeve van begrafenis. Bron: Deutsche Dienststelle (WASt)
.
US-document van de begrafenis. Bron: Deutsche Dienststelle (WASt)
.
Bundesarchiv Afdeling PA, voorheen Deutsche Dienststelle Berlijn (WASt)
Uit de personeelskaartfiche* van het centrale personeelsregister van het Bundesarchiv valt op te maken dat Manfred Pernass, volgens melding van 28.03.1945, sinds 23.12.1944 in het gebied Malmedy als vermist gold.
In een melding van 26.11.1947 wordt het Death Certificate vermeld en geciteerd. De dood van Manfred Pernass en de omstandigheden die daartoe hebben geleid, zijn daarmee bekend.
*Signatuur zie Bronvermelding
.
Inlichtingen van het Internationale Rode Kruis (IKRK) in Genève
(International Committee of the Red Cross, ICRC)
Het overlijdensbericht bij het Rode Kruis in Genève is daar onder RAD 93941 geregistreerd.
Het document bevat verder geen bijzonderheden. Net als bij Günter Billing ontbreken de gegevens omtrent de gevangenneming.
.

.Duitse Soldatenbegraafplaats Lommel, België. Foto: © Stichting Oorlogsslachtoffers.
.

Duitse Soldatenbegraafplaats Lommel, België. Foto: © Rico Vogels.
.
De graven van Manfred Pernass en zijn beide kameraden worden af en toe door onbekenden opgesierd. In bepaalde kringen hebben de drie ook vandaag nog vereerders. Vermoedelijk is dat te wijten aan het feit dat de executies zowel werden gefilmd als gefotografeerd en via het internet toegankelijk konden worden gemaakt. De omstandigheden van de dood van de commandosoldaten worden op het internet soms verheerlijkt weergegeven. De bewering dat de commandosoldaten werden vermoord, is volledig uit de lucht gegrepen. Alle deelnemers aan de operatie wisten wat hen te wachten stond als zij in uniform van het US-leger zouden worden betrapt. Daar komt bij dat de soldaten de mogelijkheid hadden zich nog terug te trekken. Men zou het geheel ook kunnen omdraaien en vragen wat de Wehrmacht met een Amerikaanse soldaat in Wehrmacht-uniform zou hebben gedaan?