Ga naar inhoud
E-mailLinkedInXYouTubePayPal
Stichting Oorlogsslachtoffers Logo
  • Duitse Oorlogsbegraafplaats Ysselsteyn
    • Archief Doorzoeken
  • Gemeente Deurne
    • Archief Doorzoeken
      • Naam
      • Foto
      • Begraafplaats
      • Gedenkplaats
      • Categorie
    • Cijfers
    • Bronvermelding
  • Operatie Greif
    • Commandosoldaten
      • Billing, Günter Joachim
      • Bronny, Manfred
      • Görlich, Horst Ernst
      • Krause, Arno
      • Meyer, Rolf
      • Miegel, Erhard Emil
      • Pernass, Manfred Franz Joachim
      • Pollack, Robert Martin Emil
      • Reich, Hans Walter Otto
      • Schilz, Günther Rudolf
      • Schmidhuber, Wolfgang Egon Herbert
      • Schmidt, Wilhelm
      • Schulz, Günther Ernst Heinz
      • Struller, Otto Richard
      • Wedel, Erich Heinrich
      • Weisenfeld, Karlheinz Wilhelm
      • Wittsack, Hans Dietrich
    • Ervaringsverhalen
      • Fordyce Gorham & Theodore Watson
      • Herbert Petter & Heinz Rohde
      • Sgt. W. J. Staiger | 769th MP Battalion
    • Naslagwerk
      • Updates
      • Begripsomschrijving
      • Bronvermelding tekst
  • Publicaties
    • Actualiteiten & Publicaties
  • Over Ons
    • Contact
    • Steun Ons
  • Nederlands
    • Nederlands
    • Deutsch
    • English
  • Duitse Oorlogsbegraafplaats Ysselsteyn
    • Archief Doorzoeken
  • Gemeente Deurne
    • Archief Doorzoeken
      • Naam
      • Foto
      • Begraafplaats
      • Gedenkplaats
      • Categorie
    • Cijfers
    • Bronvermelding
  • Operatie Greif
    • Commandosoldaten
      • Billing, Günter Joachim
      • Bronny, Manfred
      • Görlich, Horst Ernst
      • Krause, Arno
      • Meyer, Rolf
      • Miegel, Erhard Emil
      • Pernass, Manfred Franz Joachim
      • Pollack, Robert Martin Emil
      • Reich, Hans Walter Otto
      • Schilz, Günther Rudolf
      • Schmidhuber, Wolfgang Egon Herbert
      • Schmidt, Wilhelm
      • Schulz, Günther Ernst Heinz
      • Struller, Otto Richard
      • Wedel, Erich Heinrich
      • Weisenfeld, Karlheinz Wilhelm
      • Wittsack, Hans Dietrich
    • Ervaringsverhalen
      • Fordyce Gorham & Theodore Watson
      • Herbert Petter & Heinz Rohde
      • Sgt. W. J. Staiger | 769th MP Battalion
    • Naslagwerk
      • Updates
      • Begripsomschrijving
      • Bronvermelding tekst
  • Publicaties
    • Actualiteiten & Publicaties
  • Over Ons
    • Contact
    • Steun Ons
  • Nederlands
    • Nederlands
    • Deutsch
    • English
  • Duitse Oorlogsbegraafplaats Ysselsteyn
    • Archief Doorzoeken
  • Gemeente Deurne
    • Archief Doorzoeken
      • Naam
      • Foto
      • Begraafplaats
      • Gedenkplaats
      • Categorie
    • Cijfers
    • Bronvermelding
  • Operatie Greif
    • Commandosoldaten
      • Billing, Günter Joachim
      • Bronny, Manfred
      • Görlich, Horst Ernst
      • Krause, Arno
      • Meyer, Rolf
      • Miegel, Erhard Emil
      • Pernass, Manfred Franz Joachim
      • Pollack, Robert Martin Emil
      • Reich, Hans Walter Otto
      • Schilz, Günther Rudolf
      • Schmidhuber, Wolfgang Egon Herbert
      • Schmidt, Wilhelm
      • Schulz, Günther Ernst Heinz
      • Struller, Otto Richard
      • Wedel, Erich Heinrich
      • Weisenfeld, Karlheinz Wilhelm
      • Wittsack, Hans Dietrich
    • Ervaringsverhalen
      • Fordyce Gorham & Theodore Watson
      • Herbert Petter & Heinz Rohde
      • Sgt. W. J. Staiger | 769th MP Battalion
    • Naslagwerk
      • Updates
      • Begripsomschrijving
      • Bronvermelding tekst
  • Publicaties
    • Actualiteiten & Publicaties
  • Over Ons
    • Contact
    • Steun Ons
  • Nederlands
    • Nederlands
    • Deutsch
    • English

Günther Ernst Heinz Schulz

Günther Ernst Heinz SchulzRichard2026-05-16T21:17:24+02:00
  • Persoonsgegevens

  • Politieke achtergrond

  • Loopbaan

  • Militaire loopbaan

  • Ziekenhuisopname

  • Diversen

  • Rode Kruis

  • Graflocatie

  • Persoonsgegevens

.

Bron: Stichting Oorlogsslachtoffers

.

Jonge man in militair uniform met Luftwaffe insigne
AchternaamSchulz
VoornaamGünther Ernst Heinz
RoepnaamGünther
RangLuitenant
Alias rang / naamPrivate Charles Mansfield, (ASN, 33642517), Hq Co. 106 Div.
Geboren28.11.1921 in Holten (Oberhausen) (NRW)
Gestorven / Terechtgesteld14.06.1945 bij Denstorf (Nedersaksen)
Grafligging
.
Eerste begraving op 18.06.1945 op de Hoofdbegraafplaats Braunschweig (Nedersaksen). Bijzetting van de urn in het familiegraf op de Hoofdbegraafplaats Neuss (Veld A13 nr.115)
Herkenningsteken-1647- 4./ Flg. Ausb. Rgt. 52 [13]
TeamgenotenManfred Bronny, Hans Reich, Karlheinz Weisenfeld
Datum & plaats gevangenneming19.12.1944 in/bij Luik (België), 21.00 – 22.00 uur
Onderscheidingen
.
Sportinsigne
Zweefvlieginsigne
Laatste eenheidCommandocompagnie Pantserbrigade 150
VaderHeinrich Hermann Schulz, geb. in Friedrichsanfang, Hildburghausen (Thüringen)
Roepnaam vaderHeinz
Beroep vaderBestuursraad/Hoofdinspecteur
Rang vaderK.A.
Herkenningsteken vader-41- San. Kp.227 [14] / -3060- St. Kp. G. E. B. 77 [15]
Moeder
.
Erna Schulz geb. Busch, geb. in Vohwinkel, nu Wuppertal-Vohwinkel (NRW). Zij overleed reeds in 1925

.

  • Politieke achtergrond

.
NSDAP
In het Bundesarchiv in Berlijn, in de bestanden van het voormalige Berlin Document Center, kon alleen het lidmaatschap van Heinrich Schulz, de vader van Günther Schulz, in de NSDAP worden vastgesteld. Zijn lidmaatschapsnummer luidt: 3161424. Heinrich Schulz trad toe tot de partij op 01.05.1933.

Uit het personeelsdossier van Günther Schulz, dat bij het Bundesarchiv in Freiburg berust, is op te maken (beoordeling van 26.09.1944) dat Günther Schulz tot zijn intrede in de Wehrmacht een bewezen leiderskwaliteit bezat in de nationaalsocialistische jeugdopvoeding, waar hij werkzaam was als HJ-Jungstammführer.

In het Stadsarchief Neuss bevindt zich de bevolkingskaart van Günther Schulz. Uit de kaart valt op te maken dat hij vanaf 19.02.1940 werd ingezet bij het R.A.D. K/212 Leverkusen-Schlebusch.

  • Loopbaan

.
Opleiding
In het personeelsdossier van Günther Schulz kan men iets over zijn opleiding vinden. In een voorstel tot bevordering tot oorlogsofficier vinden we zijn schoolopleiding.

De opleiding van Günther Schulz wordt als volgt beschreven: “Opvoeding in het ouderlijk huis, lagere school, middelbare school, gymnasium, eindexamen 1940”.

.

Günther Schulz rookt zijn pijp.
Bron: In familiebezit.

.

Volgens de overlijdensakte, die in het Stadsarchief Neuss berust, was Günther Schulz student geneeskunde.

Volgens opgave van een bekende wilden Günther en zijn verloofde Ruth na de oorlog samen in de Duitse koloniën als artsen werken.

Tijdens zijn proces doet Günther Schulz mededelingen over zijn studie. Vraag van Colonel Crone: “Wat heeft u gestudeerd voordat u in het leger kwam?” A: “Geneeskunde, maar ik kon niet studeren. Ik kreeg geen studieverlof; alle mensen kregen verlof. Ik zat 6 jaar in het leger. Na 3 jaar konden de mensen studeren – Ik kwam in Keulen aan de universiteit, daarna ging ik naar Bonn en volgde daar 14 dagen een inleiding in de economie aan de Universiteit van Bonn”.

  • Militaire loopbaan

.
Volgens het personeelsdossier begon Günther Schulz zijn diensttijd bij de Wehrmacht op 12.07.1940. De hier vermelde informatie is gebaseerd op verschillende bronnen zoals de bevolkingskaart, de Deutsche Dienststelle en het in het Bundesarchiv aanwezige personeelsdossier.
.

28.06.1940 OpgeroepenVliegers-Opleidingsregiment 52 Bromberg
02.08.19404. Compagnie Vliegers-Opleidingsregiment 52
12.01.1942 – 20.06.1942Vliegveldcompagnie Münster-Loddenheide (Vliegerstroepen, zweefvliegen)
06.11.1942 – 28.02.19431./Vliegers-Leerlingenbataljon III in Lorient (Frankrijk)
00.00.1943Vliegopleidingsschool A/B 11 (Schönwalde)
01.11.19431./Verkenningsvliegtuiggroep 101, Grossenhain/Sa., 1e Leerlingencompagnie

.

Bevorderingen
28.07.1941Gefreiter
03.01.1942Onderofficiersleerling
30.01.1942Onderofficier
01.11.1942Veldwebel
01.10.1941ROA resp. KOA

.

Cursussen en beoordelingen
12.01.1942 – 20.03.1942 Voorkeuzecursus oorlogsofficier; Beoordeling van 15.04.1942:
„Geestelijke en lichamelijke aanleg: Sch. is een boven het gemiddelde staande, intelligente en actieve mens. Lichamelijk is hij strak en pezig en bestand tegen ontberingen.
Karaktereigenschappen: Sch. toont ondanks zijn jeugd reeds de contouren van een stevig gevormd karakter. Hij is plichtsgetrouw, open en eerlijk. Zijn dienstopvatting is onberispelijk, zijn optreden tegenover ondergeschikten beslist. Tegenover meerderen militair correct. Hij is vanwege zijn vrolijke aard en houding bij ondergeschikten en in de kring van kameraden zeer geliefd. Sch. heeft bij de uitoefening van zijn dienst steeds ijver, voortdurende inzetbereidheid en verantwoordelijkheidsbesef getoond.Zijn militaire houding en leiding waren onberispelijk.”

13.04.1942 – 20.06.1942:
11e Cursus voor oorlogsofficieren, Luchtoorlogsschool 2, Berlijn-Gatow. Beoordeling van 20.06.1942:
Persoonlijkheidswaarde en karaktergeschiktheid: “Jeugdige, nog in ontwikkeling zijnde persoonlijkheid met een open, frisse aard. Gezond zelfvertrouwen en zelfbewustzijn. Karaktereel onberispelijk. Geliefde kameraad. Leidinggevende aanleg en persoonlijkheidswaarden in voldoende mate aanwezig, hebben alleen nog een strakkere militaire oriëntatie nodig. In omgangsvormen en optreden voldoende vaardig.”
Geestelijke aanleg: “Geestelijk bovengemiddeld begaafd. Goed begripsvermogen bij helder en zakelijk denkvermogen, uitdrukkingsvermogen nog onhandig, maar beslist. Is strevend en verder opleidbaar.”
Lichamelijke aanleg: “Middelgrote, slanke verschijning. Sportief ingesteld met vrij goede prestaties.”
Militaire prestaties en geschiktheid: “Bij de lessen bij voldoende deelname vrij goede prestaties. In de troependienst nog weinig geoefend, maar ijverig. Prestaties voldoende, maar wisselend.”
Resultaat van het onderzoek naar vlieggeschiktheid: “Geschikt voor militair vliegen.”
Voorgesteld gebruik: “Vliegend personeel. Gezien de vooropleiding bijzonder geschikt als transportvlieger.”
Vliegopleiding: “Zweefvliegbrevet A, B, C.”
“Als geschikt voor de overneming als oorlogsofficier aan het RLM (L.P.) voorgesteld.”
Bijzondere opmerkingen:…
“Deelnemer is bereid de officiersloopbaan met beperkte diensttijd in te slaan.”

.


Günther Schulz. Bron: In familiebezit.

.


Günther Schulz met zweefvlieginsigne. Bron: In familiebezit.

.

11.02.1943 Beoordeling van de kapitein en compagniescommandant:

De beoordeling van zijn persoonlijkheid is in grote lijnen gelijk aan de beoordeling van 20.06.1942. Vermeldenswaard is misschien nog dat Günther Schulz goede leidinggevende aanleg, zelfvertrouwen, zelfbewustzijn heeft en bij goede ambitie het streven de hem gestelde taken te allen tijde naar behoren te vervullen.

Verder staat in de beoordeling:
„Als pelotonscommandant in het U.L.K. (Onderleiders-Leer-Commando) heeft Veldwebel Schulz zijn kennis in de troependienst verdiept en geconsolideerd. Hij bezit eigen initiatief en improvisatietalent, verstaat het zelfstandig te handelen. Tegenover zijn ondergeschikten is hij een voorbeeld door zijn strakke militaire optreden, hij heeft hen stevig in de hand en werkt door zijn frisheid en levendigheid enthousiasmerend en meeslepend.
Goede omgangsvormen, beleefd en bescheiden, bij kameraden en meerderen gerespecteerd. Zorgzaam voor zijn ondergeschikten.
Zijn levensbeschouwelijke houding is onberispelijk, verstaat het nationaalsocialistische gedachtegoed goed over te brengen.
Veldw. Schulz is op grond van zijn persoonlijkheidswaarden, zijn leidinggevende aanleg en zijn kennis onbeperkt geschikt als oorlogsofficier.”

.

Günther Schulz. Bron: In familiebezit.

  • Ziekenhuisopname

.

In tegenstelling tot de eerdere mededeling van de Deutsche Dienststelle dat er geen gegevens over ziekenhuisopnames zouden zijn, is op de personeelskaart* van Günther Schulz wel degelijk een melding te vinden.
23.02.1944 Düsseldorf Deellazaret Neuss, Lazarettziekenboek 355; Neuspoliepen na verlof,
01.03.1944 naar de troep ontslagen.
*Signatuur zie Bronvermelding

  • Diversen

.
De ondergang van een Greif

PWI Report No. 7 21/22 Dec. 44 van het First Army.
Dit rapport geeft een inkijk in de verhoren van Luitenant Schulz.
Luitenant Schulz geeft aan het begin het veldpostnummer 32367 1 op. Hij was er echter niet zeker van of het nummer zo klopte. Omdat Team Billing het nummer 32397 noemde is een fout dus niet uit de lucht gegrepen; voor de “1” aan het einde bestaat tot nu toe geen verklaring. Van de groep (Görlich, Krause, Meyer, Miegel, Pollack, Schilz en Wittsack) die bij Géromont werd opgepakt weten we alleen dat het veldpostnummer voor de kerstpost niet meer in gebruik was toen de groep werd opgepakt. Daarna was er blijkbaar geen nieuw nummer; door hen werd in ieder geval geen nummer genoemd.
Günther Schulz verklaarde dat hij er spijt van had deel te hebben genomen aan het onderneming van Pantserbrigade 150. Luitenant Schulz stond erop de Amerikaanse strijdkrachten te mogen helpen om de activiteiten van de Pantserbrigade een halt toe te roepen. Schulz verzocht in ruil daarvoor zichzelf te mogen neerschieten. Zoals we nu weten is daar niets van terechtgekomen. Hoewel Lt. Schulz zich tijdens het verhoor op enkele kleine details tegensprak, konden zijn verklaringen in grote lijnen worden geverifieerd en bevestigd. Schulz bevestigde met zijn verklaringen het PWI Report 17 van 19/20 Dec. 44. Het PWI Report 17 bevat de verklaringen van Billing en zijn twee kameraden; de informatie van Luitenant Schulz was echter gedetailleerder. Schulz noemt de schuilnaam van Skorzeny, maar zegt dat hij “Solar” nooit heeft gezien. Schulz schat de sterkte van Pantserbrigade 150 op 2000-2500 man. Als reden voor de aanwas noemt het rapport het toevoegen van parachutisten (het Hermann Goering Fallschirmjäger-Regiment z.b.V. wordt hier bij name genoemd). Schulz gaat nog wat in op de samenstelling van de Pantserbrigade, maar kent geen exacte details. Volgens Schulz waren begin november ongeveer 900 Duitse en Amerikaanse voertuigen in Grafenwöhr aangekomen. De Duitse tanks (Panther en Tiger) werden zodanig bewerkt dat zij van afstand op Amerikaanse tanks leken. Daarnaast kreeg de hele brigade Amerikaanse uniformen. Pantserbrigade 150 werd aanvankelijk in twee, later in drie colonnes ingedeeld. Schulz verklaarde dat er medio november oefeningen hadden plaatsgevonden. Eenheid Stielau werd tijdens de oefeningen over de drie colonnes van de Pantserbrigade verdeeld. Een deel van de oefeningen bestond uit nachtmarsen en het wederzijds identificeren. Bij het passeren van bruggen en wegen werd het zogenaamde “doorsluizen” geoefend. Als herkenningsteken gebruikte men blauw lichtende zaklampen; het Duitse leger had zaklampen waarmee in verschillende kleuren kon worden geschenen (PWI-Report 1-24/25 Dec. 44). Na een verzoek om identificatie raakte men met de linkerhand het hoofd aan. In dit verband is het interessant dat bij de verhoren van de groep rond Luitenant ter Zee Günther Schilz het wachtwoord “Scheibenhonig” als actueel herkenningsteken werd genoemd.
Volgens Schulz had de brigade de taak als sabotage-eenheid verwarring te zaaien en de leiding te hebben bij het naderen van elitetroepen (wat daar ook mee bedoeld moge zijn). Het infiltreren achter de vijandelijke frontlinie geschiedde ’s nachts. Overdag rustte de brigade in de bossen. De brigade moest overdag in Amerikaans uniform verschijnen en een panische terugtocht veinzen. Men meende op deze wijze belangrijke wegen en bruggen onder Duitse controle te kunnen brengen. De derde gevechtgroep van de brigade (tot 17.12.44 Hardick, daarna v. Fölkersam) werd op 18 december naar de verzamelplaats in de buurt van Stavelot overgebracht. Tegelijkertijd werd de tweede gevechtsgroep (Scherf) naar Honsfeld overgebracht. Waar de anderen werden ingezet wist Schulz niet. Schulz gaf op te behoren tot wat de Amerikanen een “communication destroyer team” noemden. Zijn team en drie andere dergelijke teams waren actief in de sector Stavelot-Luik. Volgens Schulz bestond de taak erin wegen onbegaanbaar te maken door vernieling of boomversperringen, en daardoor de aanvoer van Amerikaans materieel te belemmeren. Tegelijkertijd werden radio-jeeps (verbindingseenheden) erop uitgestuurd. Deze moesten de Maasbruggen tussen Namen en Luik in de gaten houden. Op kaarten die het team bij de gevangenneming bij zich had waren de volgende lijnen aangegeven: Münstereifel-Aken-Tongeren-Charleroi-Dinant-La Roche.
De Duitsers hadden het volgende plan: Eenheid Stielau moest in de omgeving van de Maas verwarring zaaien, zoals reeds beschreven, en de toestand van de over de Maas voerende bruggen melden, aangezien deze intact veroverd moesten worden.
Schulz berichtte dat een aanslag op het hoofdkwartier van Eisenhower in Parijs was gepland. Daarbij zouden alle officieren worden gedood. Skorzeny wilde in Amerikaanse jeeps en Amerikaanse uniformen met 30 man door Frankrijk rijden. Het moest eruitzien als een gevangenentransport met Duitse krijgsgevangenen. Enkele mannen van Skorzeny zouden daarom in officiersuniform gekleed zijn. In een Parijs café wilde men afspreken met Franse sympathisanten die zich bij de Duitsers zouden aansluiten. Schulz zei dat hij in Grafenwöhr, begin december, tijdens een officiersvergadering door Hardieck over het onderneming was ingelicht. Schulz berichtte dat Hardieck bij de mars naar Münstereifel gewond raakte. Volgens Schulz was Skorzeny al onderweg naar Parijs. Schulz was van mening dat alle officieren daar gevaar liepen omdat hun dood het chaos zou vergroten.
Schulz deelde de Amerikanen mee dat zij de radioteams van Eenheid Stielau het best in de buurt van Maasbruggen konden oppakken. Hij noemde ook het bezit van gifampullen, onder andere in gordelgespen en aanstekers. Heinz Rohde noemde in 1951 in “Der Spiegel” (“Met Shakespeare-Engels”) eveneens aanstekers die met gif waren geprepareerd. Schulz verklaarde dat Majoor v. Schrötter de instructie had gegeven dat zij het gif moesten innemen in geval van gevangenneming. Volgens Schulz hadden de meeste jeeps van Pantserbrigade 150 geen voorruit. Tot slot wordt ook nog vermeld dat de luitenant de Amerikanen een namenlijst van leden van Eenheid Stielau zou hebben gegeven. De lijst is bij het rapport echter niet bijgevoegd.
Wij werken hieraan…..

Opmerking over het complex Frankrijk.
In het Nederlands Nationaal Archief bevinden zich een verhoorprotocol (1946) en procesdocumenten in de zaak Arend de Bruin. Arend de Bruin was medebeklaagde in het Dachau-proces (M1106). Zijn procedure werd echter voortijdig gestaakt. Van de voortijdige staking van de procedure is een krantenartikel (28.08.1947) te vinden in een Nederlandse dagblad; dit artikel is hier online te vinden. Omdat de Bruin zich vrijwillig bij de Waffen-SS had aangesloten werd hij in 1948 in Nederland berecht en veroordeeld. De documenten zijn echter tot 2025 alleen in de leeszaal, na voorafgaande aanmelding, in te zien. Tot dan mogen er noch kopieën noch foto’s van de documenten worden gemaakt. Alleen overschrijven is toegestaan. Het citeren uit het materiaal is dan weer zo’n kwestie. Nederland beschermt nazi’s, naar mijn mening, beter dan Duitsland dat doet. Ook al zijn de mensen al decennia dood – de Bruin overleed reeds in de jaren zeventig. Men kan erover denken wat men wil, veranderen kan men het niet. Alleen dit veel: Over het complex “Parijs” doet Arend de Bruin een verklaring die die van Schulz zeer dicht benadert. De Bruin zegt echter niets over een aanslag op Eisenhower. Volgens de Bruin wilde v. Schrötter met zijn team naar Parijs om daar contact op te nemen met het Duitse verzet; ontmoetingsplaats zou een Parijs café zijn. Momenteel wordt dit complex opnieuw onderzocht. Arend de Bruin had op het moment van de verhoren in Nederland geen enkel belang bij het de wereld insturen van geruchten. Het was noch in zijn voordeel noch in zijn nadeel dat hij dit vermeldde. Beide verklaringen samen genomen, die van Schulz en die van de Bruin, geven een volledig nieuw beeld.

Procesdossier Schulz
Het procesdossier is zowel in het Engels als in Nederlandse vertaling beschikbaar. De procedure vond plaats op 05.05.1945. De plaats waar de procedure plaatsvond wordt niet vermeld, alleen het tijdstip: 10.15 uur. Het gehele verloop hier weer te geven zou te langdradig zijn. Liever worden op een geschikte plaats enkele verrassende bijzonderheden bekend gemaakt. De beklaagde werd aan het einde van de procedure op zijn verzoek als getuige gehoord. Luitenant Schulz antwoordde volgens het protocol in de Engelse taal. Hij gaf aan dat hij ongeveer 6 jaar bij de Wehrmacht in Duitsland had gediend. Bij Eenheid Stielau was hij op 07.11.1944 terechtgekomen. Günter Schulz werd gevraagd hoe hij bij deze taak, bedoeld wordt Operatie Greif, was terechtgekomen.
„Ik stond in augustus 1944, in Einsheim voor een Duits gerechtshof, omdat ik had geprobeerd over te lopen naar de Amerikaanse linies. Daarvoor werd ik bestraft met 3 maanden onder ontslag, maar het gerechtshof zei dat ik naar het front moest gaan en 3 maanden gevangenis zou krijgen. Dat stond in mijn papieren en ik kwam naar Feldsheim, de staf van de valschermtroepen en was toen in Wintersteig. 40 dagen was ik in Wintersteig in een valschermcompagnie. Toen moest ik naar Duitsland rijden en een Duitse deserteur gevangenemen: en toen vond ik hem niet en keerde terug naar de eenheid, naar Wintersteig en toen ik bij de bataljonscommandant kwam, in Wintersteig, zei hij mij dat ik naar Berlijn moest gaan, omdat ik wat Engels en Frans sprak en vroeg mij of ik dat wilde. Ik zou een tolk worden. Toen reed ik naar Berlijn. Het was op 7 november 1944. In Berlijn kwam ik bij het hoofdkwartier van de valschermtroepen. Ik moest daar mijn papieren invullen en werd toen naar de eenheid SKORZENY gestuurd. Bij de eenheid SKORZENY werden mij Engelse en Franse vragen gesteld en ik was in staat ze te beantwoorden. En hij deelde mij mede dat ik was ingedeeld in een groep. Er waren veel groepen – – 1, 2, 3 en 4; de beste sprak Engels. Van daar moest ik onder het geheimwoord “Abunheughl” naar Grafenwöhr reizen.”

Tot hier zij dit deel van de verklaring van Günther Schulz voorlopig voldoende, en wij werpen een blik in het personeelsdossier van Luitenant Günter Schulz.

Het veldgerechtshof
Het Bundesarchiv (Militärarchiv) in Freiburg is in het bezit van het personeelsdossier van Luitenant Günther Schulz. Daarin bevindt zich een vonnis dat door een veldgerechtshof over de jonge luitenant werd uitgesproken.

Bron: BArch PERS 6/220183. Digitalsat / invenio

Op grond van de strafbaarheid (militaire diefstal) van Günther Schulz vond er op 26.09.1944 in Grossenhain bovendien een bijzondere beoordeling plaats. Veel stemt overeen met eerdere beoordelingen.

Hier worden alleen de meest opvallende passages van de oorlogsbeoordeling geciteerd:

„Een bewijs voor de vijand kon wegens gebrek aan gelegenheid niet worden geleverd. Zijn dienstkundige kennis en prestaties zijn vrij goed, werkt snel, is wendig en aanpassingsvermogend. Zijn militaire optreden is soldatelijk, zeker, altijd bereid tot inzet. Heeft met nadruk gesolliciteerd naar frontgebruik als valschermspringer.”
…. „Bezit eigen initiatief en improvisatietalent, kent geen moeilijkheden. Infanterie-ervaring werd verworven in de periode van 5.11.42 – 28.03.43 bij het Vliegers-leerlingenbataljon III in Lorient.”

Er wordt nog het voorstel gedaan Luitenant Schulz in de nabije toekomst als pelotonscommandant bij een valschirmeenheid in te zetten. Helaas werden er geen procesdocumenten gevonden. De achtergronden van de ten laste gelegde daad, de militaire diefstal, blijven ons verborgen. Er valt niet te zeggen of de vriendin van Günther Schulz werkelijk niets wist van het vonnis en er daarom van uitging dat haar vriend zich volledig vrijwillig voor het onderneming had aangemeld. Het is denkbaar dat Günther Schulz de affaire rond het veldvonnis voor de thuisfront geheim heeft gehouden. Zijn vader zou er immers bepaald niet blij mee geweest zijn.

Tolk
Wij willen nogmaals de procedure voor het Amerikaanse militaire gerechtshof bekijken. Günter Schulz deed daar nog een opmerkelijke verklaring.

„Ik kwam in Grafenwöhr aan en daar waren 30 mensen. Toen kwam ik bij een Duitse officier, Oberleutnant STEELO en wij mochten alleen Engels met elkaar spreken en hij zei mij dat ik Engels met een Amerikaans accent moest leren spreken, omdat ik als tolk zou gaan…..”.

De kwestie met de tolk is interessant omdat ook de Obergefreiter Fritz Christ, alias Luitenant Charles Smith in een artikel in “Der Stern” van 20.04.2004 daarover vertelt. Ook in het geschrift van de zitting tegen onder anderen Luitenant Arno Krause staat: „Elk van de beklaagden wilde zichzelf verdedigen. Zij vertelden allen dat zij omstreeks 1 november 1944 uit hun eenheid waren gehaald en naar Grafenwöhr waren gestuurd, waar zij als Engelse tolken zouden worden opgeleid en later ook dit werk zouden uitvoeren….. .”

Of het hierbij gaat om louter verdedigingsargumenten of om de waarheid kan vandaag de dag niet meer met zekerheid worden gezegd.

Bruikbare informatiebron voor de Amerikanen of opschepper?
In zijn verklaring geeft Luitenant Günther Schulz aan dat hij naar de Amerikanen wilde overlopen. Hij zou de twee Amerikaanse officieren onder meer landkaarten hebben overhandigd. Landkaarten waarop zowel de lijnen van de geplande doorbraak als de afgezette valschermtroepen waren ingetekend. Luitenant Schulz kreeg van de Colonel (niet bij name genoemd) de gelegenheid iets voor zijn situatie te doen. „…en ik zou een Amerikaans uniform krijgen en via Huy, Namen en Luik terugrijden en ik zou de andere mensen opsporen, wij zouden vroeg in de ochtend vertrekken en tot de nacht rijden. Het was rustig maar zij vonden hen niet. Toen werd ik samen met de andere drie kameraden (Bronny, Reich en Weisenfeld) voor de rechtbank gesteld. Ik was een getuige. Na de zitting kwam ik naar Namen. Ik sprak met een Amerikaanse kapitein en ik zei hem dat ik naar Namen, het hoofdkwartier was gekomen om informatie te geven en vanuit Namen werd ik niet verhoord. Ik kwam naar Parijs, Versailles en het was op Kerstdag; in Versailles was het Kerstmis en ik kwam bij een ander hoofdkwartier en werd verhoord over de aanslag op Generaal EISENHOWER, die Skorzeny plande. Vanuit Versailles kwam ik naar Reims. In Reims sprak ik met een Amerikaanse en een Britse kapitein gedurende ongeveer – – het waren ongeveer 3 weken.
Ik heb hen mijn zaken verteld en zij geloofden mij, zij geloofden alleen niet dat ik een Duits officier ben. Zij zeiden dat mijn soldatenboekje een vervalsing was en toen werd ik verhoord en kon bewijzen dat ik de man ben aan wie dit soldatenboekje toebehoort en toen werkte ik. Ik heb gewerkt; ik heb alleen gewerkt. Ik kreeg papieren en plannen, landkaarten en werkte voor het MIC (naar het gedetailleerde verhoorprotocol), ongeveer drie straten en de onderkomens en andere zaken die in het Rijnland waren; en vanuit Reims kwam ik met een Britse en Amerikaanse kapitein naar Reven en had ook daar werk en toen had ik – – de kapitein zei dat ik zijn vertrouwen had en dat ik met hem moest werken om de moorden van de SS-mensen op te sporen en toen heb ik enkele SS-mensen gevonden en hen verhoord en heb de kapitein naar waarheid gerapporteerd.”
Vraag:
„Werden als gevolg van of als beloning voor uw informatie, gedurende de tijd die u bij het MIC heeft doorgebracht, aan u enige beloften of stilzwijgende beloften gedaan?”
Het antwoord van de beklaagde:
„Zij zeiden mij dat ik voor de rechtbank zou komen, dat mijn documenten juist zijn, dat dit was bewezen en dat mijn zaak in orde is. Ik was een krijgsgevangene en zou mijn nummer krijgen, een krijgsgevangenennummer.”
Een verdere verklaring van de beklaagde is op zijn minst opmerkelijk te noemen.
„Enkele van mijn vrienden waren betrokken bij de aanslag op Hitler. Met betrekking tot de namen en het daarvoor benodigde bewijs wil ik zeggen dat ik de namen bij het MIC heb opgegeven”.
Het is al behoorlijk moeilijk om in de verklaringen van Günther Schulz waarheid en fictie van elkaar te scheiden. Het gerechtshof heeft aan zijn verklaringen echter geen enkele aandacht geschonken. Nadat de advocaat van Luitenant Schulz de ondervraging heeft beëindigd neemt de aanklager de ondervraging van de beklaagde over in een kruisverhoor. De aanklager betwijfelt of Luitenant Schulz naar de Amerikaanse strijdkrachten wilde overlopen, zoals hij meerdere malen tijdens de ondervragingen beweerde.
……..V: .“Nadat u door de Duitse linies heen was en weg van de eigen soldaten, wat heeft u ervan weerhouden de Duitse
……..kleding aan te trekken en u over te geven aan de eerste Amerikaanse soldaat die u zag?”

……..A: .“Ik had mijn veldjas aan, wat het Duitse uniform vertegenwoordigde en daaronder het Amerikaanse uniform.”
……..V: .“Wat heeft u ervan weerhouden de Duitse kleding, die u in de auto had, aan te trekken en u over te geven aan de eerstvolgende soldaat van
……..het Amerikaanse leger?”

……..A: .“De aanval van de Duitse strijdkrachten richtte zich tegen Malmedy en ik geloof dat de Duitse troepen in Malmedy zijn doorgebroken,
……..maar als ik mijn auto door de Bulge had kunnen brengen, had ik mijn informatie kunnen krijgen voor het hoofdkwartier, het zou
……..in orde zijn geweest.”
……..V: .“Wat heeft u ervan weerhouden die Duitse kleren aan te trekken en u de volgende dag in Verviers over te geven?”
……..A: .“In het voertuig hadden wij veldjassen aan.”
Dergelijke vragen werden de beklaagde meerdere malen gesteld.
Er waren in de ogen van de aanklager nog enkele situaties meer waarin de beklaagde zich zonder meer aan de Amerikaanse strijdkrachten had kunnen overgeven.
Nadat de aanklager zijn ondervraging had beëindigd volgde een ondervraging van de beklaagde door het gerechtshof.
Na de eerste vragen van het gerechtshof verzocht de beklaagde zich te mogen uitspreken.
Het gerechtshof stond dit toe en Luitenant Günther Schulz legde een, het was de laatste, verklaring af:
„Ik heb dingen waarmee ik kan bewijzen dat mijn zaken – toen ik de Amerikaanse linies in wilde gaan. Ik ben 5 maanden in een Amerikaanse gevangenis geweest en heb met alle mensen gesproken, met de mensen die mij hebben verhoord en met wie ik heb samengewerkt. Zij zeiden mij, nadat ik werk had verricht, dat ik de waarheid had gezegd, dat alle bijzonderheden door de Amerikanen waren bewezen en ik wilde zeggen dat ik voor de Amerikanen wil werken en alles zal doen, voor Amerikaanse zaken en er werd gezegd dat als ik naar Duitsland zou komen, ik de mensen zou verhoren die iets onrechtmatigs hadden gedaan, en ik was blij dat na de vredessluiting alle mensen van Duitsland zouden kunnen werken en wij alles zullen kunnen doen voor de Amerikanen die ons hebben bevrijd.”
„Dat is alles wat ik over deze zaak te zeggen heb.”
Tot zover de Nederlandstalige vertaling van het protocol. Het geschrift werd vertaald door: Weissova. Verdere bruikbare gegevens ontbreken.

De verloofde
Ten tijde van zijn gevangenneming was Luitenant Günther Schulz verloofd. Zijn verloofde Ruth, zij zal hier alleen bij de voornaam worden genoemd, heeft uiterlijk in december 1945 van de dood van haar verloofde vernomen. De toenmalige verloofde is na de oorlog getrouwd en een gezin begonnen. Zij is in 2010 overleden.

Drie brieven uit Braunschweig
Uit de nalatenschap van de vader van Günther Schulz stammen onder meer drie handgeschreven brieven van dominee Walter Freise (Ev. Luth. Pfarramt St. Petri, Braunschweig). De eerste brief, van 09.12.1945 ging destijds kennelijk aan zijn collega in Neuss. In het korte schrijven staat:
„De luitenant Günther Schulz is door een Amerikaans krijgsgerechtshof ter dood veroordeeld en op 14 juni met 5 kameraden gestorven. Hij werd neergeschoten. Hij stierf als Duits officier. Zijn laatste woorden waren:
„Ik ben onschuldig – Ik weet niet waarom ik moet sterven. Ik sterf voor Duitsland”
.

De dominee beëindigt zijn schrijven met een verzoek: „De bijgevoegde halsdoek dient aan zijn bruid te worden overhandigd”.

.

Dominee Freise: “Aan de terechtstellingsplaats heb ik ze allemaal gesproken”.

.

De tweede brief heeft dominee Freise op 26.12.1945 aan de verloofde van Günther Schulz gericht. Naar de inhoud te oordelen is dit het eerste directe contact tussen de dominee en de verloofde. In de brief beschrijft dominee Freise hoe hij de gebeurtenissen heeft beleefd.

„Zeer geachte Mejuffrouw …..!

Met hartelijke deelneming groet ik u.
Op 13 juni werd ik naar de gevangenis geroepen. Daar vernam ik dat op 14 juni 6 Duitse soldaten zouden worden neergeschoten. Ik zocht hen op in hun afzonderlijke cellen. Uw verloofde was rustig en beheerst. Hij verzocht mij met hem te bidden.
De volgende ochtend waren deze 6 ongelukkigen al weg. Ik reed de Amerikanen achterna. Aan de terechtstellingsplaats heb ik ze allemaal gesproken. Ik begeleidde ieder naar de paal. Ik sprak als laatste met uw verloofde. Hij stierf als moedig Duits officier. Hij gaf mij groeten mee. Zijn laatste woorden waren:
„Ik ben onschuldig”. Zonder een woord blies hij zijn laatste adem uit. Hij was onmiddellijk dood. Op 18 juni begroef ik de slachtoffers op de plaatselijke protestantse hoofdbegraafplaats. Zijn graf bevindt zich in afdeling 13 III klasse nr. 621. Hij verzocht om een kruis voor zijn graf. God trooste u en geve u kracht!”

.

Dominee Walter Freise: “Ik begeleidde ieder naar de paal”

.

De derde brief van dominee Freise is eveneens aan de verloofde van Günther Schulz gericht; de brief is gedateerd 09.01.1946. In de brief gaat het erom dat de verloofde naar Braunschweig wil komen. De dominee schrijft bovendien dat een overbrenging mogelijk is; hij noemt ook de naam van een begrafenisonderneming in Braunschweig. Aldus weten wij dat de familie vrij snel over de dood van Luitenant Günther Schulz was ingelicht.
Veel later zou er nog een pakketje met de bezittingen van de terechtgestelde naar diens verloofde zijn gegaan. Een vriendin van de toenmalige verloofde van Günther Schulz wist te vertellen dat er een pakketje met persoonlijke spullen van Günther Schulz was. Het was al na 1969 toen Ruth haar vriendin het pakketje liet zien. De verloofde van Günther Schulz wist op het moment dat zij het pakketje ontving dat haar verloofde zich vrijwillig had aangemeld om boven vijandelijk gebied met een valscherm neer te springen.

Hier merken wij nu op dat er een kloof bestaat tussen wat familieleden en in dit geval de verloofde wisten, en wat zich werkelijk in de Ardennen heeft afgespeeld. Want, zoals wij nu weten, werd Luitenant Günther Schulz niet als valschermspringer gevangen genomen. Günther Schulz was in het team van Manfred Bronny, Hans Reich en Karl-Heinz Weisenfeld. Het team werd op 19.12.1944 in Luik in een jeep gevangen genomen.

De afscheidsbrieven
Uit de nalatenschap van Heinz Schulz stamt de afscheidsbrief van zijn zoon. De afscheidsbrief, evenals de brieven van dominee Freise, werden aan mij overhandigd. In het archief van het Rode Kruis in Genève bevinden zich zowel de brief die Günther Schulz aan zijn vader richtte als de afscheidsbrief die aan de verloofde was gericht. Dit leidt tot de gevolgtrekking dat de afscheidsbrieven samen met het overlijdenscertificaat zijn verzonden. Aangenomen moet worden dat het jaren heeft geduurd voordat de afscheidsbrieven de vader en de verloofde bereikten, op een moment dat dezen al lang van het lot van de zoon en de verloofde hadden vernomen. Dominee Freise had de nabestaanden zeer snel ingelicht. Het overlijdenscertificaat werd op 06.08.1947 afgestempeld; het poststempel op de envelop van de Deutsche Dienststelle toont de datum 15.02.1948.

Uit de afscheidsbrief aan de vader blijkt dat er al langere tijd geen contact meer was geweest tussen vader en zoon, omdat ook de vader in de oorlog was gegaan. Een controle van de gegevens van Heinz Schulz heeft uitgewezen dat hij op 24.02.1941 uit de Saniteitcompagnie 227 werd ontslagen; een reden werd niet opgegeven. Hij moet echter opnieuw zijn opgeroepen, want volgens een melding van 10.02.1945 was Heinz Schulz bij de 2e Compagnie Vesting-Pioniersbataljon 53. Op 17.08.1945 werd hij geregistreerd door een Britse ontslagpost. Over de krijgsgevangenschap zelf beschikt de Deutsche Dienststelle niet over documenten.

De afscheidsbrief, uit de nalatenschap van Heinz Schulz, wordt al decennia bewaard in een omslag; daar zal hij vooralsnog blijven. Toch moeten wij de brief eens aan een deskundige voorleggen. De brief heeft namelijk een rode stempel “Photocopie”. Is deze brief nu een kopie? De fotokopieën (negatieven van de brieven) uit het archief van het Rode Kruis hebben geen stempel. Beide fotokopieën hebben echter een andere bijzonderheid. Rechts boven in de hoek staat “RAO USD 23”. Deze aantekening is niet achteraf op de kopie geschreven maar werd meegekopieerd. Wat dit betekent is tot nu toe onduidelijk. Navragen bij het Rode Kruis heeft echter weinig zin, aangezien het tot een jaar kan duren voordat van daar een antwoord komt.

Hier nu zonder commentaar de beide afscheidsbrieven:

„Braunschweig, 13 juni 1945

Mijn lieve vader!

U was ook soldaat en voor de derde keer in deze laatste oorlog. Waar zou u zijn? Ik weet niets van u! Mijn vader! Dit is mijn laatste brief. Ik ben ter dood veroordeeld. Maak u geen zorgen om mij. Laat uw zoon onder Gods eed zweren dat ik, uw Günther, onschuldig ben. De Goede God zal niet zwijgen, vader! Ik dank u voor al uw liefde en goedheid. U maakte het leven voor mij mooi – De noodlottige oorlog bracht mij van u weg. En nu rest mij slechts één ding, mijn lieve goede vader. U te zeggen: Jaren leed, jaren gelukzaligheid – Hoe dan ook, u mijn lieve paps was mijn beste kameraad – mijn vader. Zorg voor mijn Ruth! Zij is mijn alles! Kameraden en mensen die samen met mij waren zullen naar u toe komen en u van mijn lot vertellen. Denk altijd aan mij. U kent mijn hart en mijn gedachten. Voor u kan ik ook bestaan. Het enige wat mij alles laat verdragen is de gedachte – eens moet de mens toch sterven. Maar ik weet niet waarom! Als officier sta ik vast en rechtop. Ik ben immers uw zoon en daar ben ik trots op! Ik groet u in hoogachting en liefde!
Uw trouwe zoon Günther”

.


Afscheidsbrief aan de vader in de omslag waarin de familie de brief gedurende
decennia heeft bewaard. Bron: Stichting Oorlogsslachtoffers.

.

„Braunschweig, 13 juni 1945

Mijn onsterfelijke liefde!

Deze brief, de eerste na bijna 8 maanden, zal mijn allerlaatste zijn. Veel mensen zullen u bezoeken en u van mijn lot vertellen. Voor God ben ik onschuldig. Ik weet nu helemaal niets van u, lieveling. Hopelijk heeft u mijn berichten ook ontvangen! Al die tijd, de tijd van de krijgsgevangenschap, heb ik doorstaan – U was op alle wegen bij mij – ook op mijn laatste staat uw lief gezicht vlak voor mij. Onze toekomst op aarde is nu niet in vervulling gegaan maar ik weet – bij de Almachtige, daar zien alle mensen elkaar weer – ook u en ik. Dank voor al die jaren vol liefde en zonneschijn. U alleen weet hoe ik denk en voel. U alleen kent mijn diepste hart. Bewaar mij altijd in uw hart. xxx,- Uw verloofde, ik sterf niet voor een idee, ik moet sterven door menselijke wet. Geloof mij, mijn zonnestraal, ik zal voor Gods gerechtshof bestaan. Heel dichtbij zie ik u voor mij, kijk diep in uw mooie blauwe ogen en kus u eindeloos, zo stevig ben ik in onze onsterfelijke liefde, zoals wij die altijd hebben genoemd. Nu zal het blijken. Ik ben van u – na de dood klinken mijn woorden naar u toe: Mijn lieve vrouw! U alleen was de vervulling van mijn leven! Vaarwel – Vergeet-mij-niet: Kusje!
Uw trouwe verloofde. Günther”

.

Record Group 111: Records of the Office of the Chief Signal Officer, 1860 – 1985. Bron: National Archives

.

Stadsarchieven Braunschweig en Neuss
Er zijn twee overlijdensakten beschikbaar. Een akte uit het Stadsarchief Braunschweig, 2507/1945; als sterfdatum wordt 14.06.1945 vermeld. De tweede akte berust in het Stadsarchief Neuss, 928/1947. Op de overlijdensakte in Neuss wordt als sterfdatum 15.06.1945 vermeld.
Wij weten echter uit de brieven van dominee Freise dat Günther Schulz met zekerheid op 14.06.1945 werd terechtgesteld. De terechtstelling(en) vond(en) plaats in een grindgroeve tussen Denstorf en Wedtenstedt. Tegenwoordig staat de grindgroeve vol water. Op satellietfoto’s kan men de groeve gemakkelijk vinden; zij ligt aan de rechterkant als men van Denstorf in de richting Wedtenstedt gaat.
In het boek „Braunschweig zwischen Krieg und Frieden” (ISBN: 3926701226) worden de terechtstellingen van Heinz Petry en Josef Schöner beschreven. De beide jonge mannen werden op 01.06.1945 op dezelfde plaats terechtgesteld waar ook Günther Schulz stierf. Door het Amerikaanse leger werd de Braunschweiger ambtenaar van de burgerlijke stand Wilhelm Adenstedt als getuige erbij gehaald. Alle overlijdensakten van de bij Denstorf terechtgestelden werden op mondelinge aangifte van de ambtenaar van de burgerlijke stand Adenstedt opgemaakt.
De vijf kameraden die volgens dominee Freise samen met Günther Schulz stierven waren: Karl Zimmermann, Otto Teuteberg, Heinrich Rohlfing, Curt Bruns en Hans Becker. Alle overlijdensakten bevinden zich in het Braunschweiger Stadsarchief. Afscheidsbrieven die door de mannen zijn opgesteld zullen in het archief van het Rode Kruis in Genève liggen.
De erfgoedverzorger van de stad Vechelde, waartoe ook het dorp Denstorf behoort, heeft bij de begraafplaatsbeheer in Braunschweig onderzoek gedaan naar het verblijf van de graven. Omdat geen van de terechtgestelden bij de oorlogsgravenzorg bekend was, moeten de lijken elders zijn begraven. Geen van de oorspronkelijke graven op de Braunschweiger Centrale Begraafplaats bestaat tegenwoordig nog. De meeste stoffelijke resten werden na opgraving gecremeerd. Joseph Schöner werd na zijn dood onmiddellijk op de katholieke begraafplaats van Braunschweig begraven. Het graf bestaat tegenwoordig evenmin meer. Becker en Zimmermann bleven tot de egalisering van de graven op de Centrale Begraafplaats. Of de urnen van alle gecremeerden naar hun geboorteplaatsen werden overgebracht, zoals in het geval van Günther Schulz geschiedde, werd niet onderzocht. Alleen is bekend dat de lijken van Heinz Petry en Heinrich Rohlfing in respectievelijk 1948 en 1950 werden opgegraven en naar hun geboorteplaatsen overgebracht en begraven.

Bundesarchiv afdeling PA, voorheen Deutsche Dienststelle (WASt)
Uit familiebezit is een schrijven van de Deutsche Dienststelle aan de vader van Günther Schulz beschikbaar.
De brief aan Heinz Schulz is echter niet het officiële overlijdensbericht van zijn zoon. Het schrijven werd in Berlijn op 15.02.1948 afgestempeld. Volgens het schrijven was het overlijdenscertificaat van het Rode Kruis in Genève bijgevoegd. Dit certificaat is echter verloren gegaan. Uit de door mij ingeziene personeelskaarten* van het Bundesarchiv en de daarbij behorende „Alt-Schriftwechsel”** blijkt dat het officiële overlijdensbericht reeds in augustus 1947 bij de vader moet zijn aangekomen.

Met datum van 20.08.1947 deelt de afwikkelingspost van de Deutsche Dienststelle voor de berichtgeving aan de naaste verwanten van gevallenen van de voormalige Duitse Wehrmacht het volgende mede:
De dienststelle vervult hiermede de droeve plicht u van het overlijden van uw zoon Günther in kennis te stellen. Hij werd op 14.06.45 in Braunschweig, Renneberg 3***, na veroordeling door een Amerikaans militair gerechtshof neergeschoten. Bijzonderheden zijn hier niet bekend.
Ten behoeve van de registratie van dit sterfgeval en het bewerkstelligen van de ambtelijke vastlegging wilt u het officiële vragenformulier invullen en dit schrijven daarmee hier terugzenden.
De laatste brief van uw zoon wordt u hierbij bijgezonden.

1 Bijlage

.
Hiermee is nu gedocumenteerd wanneer de heer Schulz de afscheidsbrief van zijn zoon Günther heeft ontvangen.
*** Het betreft hier met zekerheid de gevangenis.

.
Een melding van 20.03.1945 vermeldt dat Günther Schulz sinds 23.12.1944 in het gebied rond Malmedy wordt vermist. Op de personeelskaarten van Günther Schulz wordt voor het eerst over zijn dood bericht in een melding van 19.08.1947. De datum van de terechtstelling wordt hier aanvankelijk vastgesteld op 14.06.1945, waarna de “14” wordt doorgestreept en er een “15” boven wordt geschreven. Er wordt gemeld dat het lijk, na de terechtstelling, werd overgedragen aan Franz Tatthoff, directeur van de stadsgevangenis. In een melding van 10.02.1948 wordt de sterfdatum vervolgens weer teruggedateerd naar 14.06.1945. De tekst van deze melding is bijna identiek aan die van 19.08.1947.
*/** Signatuur zie Bronvermelding.

.

Schrijven van februari 1948 gericht aan de vader van Luitenant Günther Schulz.
Het daarbij behorende overlijdenscertificaat (RAD-94327) van het Rode Kruis in Genève is verloren gegaan.
Bron: © Stichting Oorlogsslachtoffers.

.

Uit de nalatenschap van Heinz Schulz. De vrijspraak moet
voor veel nabestaanden een klap in het gezicht zijn geweest.

  • Rode Kruis

.
Inlichtingen van het Internationaal Rode Kruis (IKRK) in Genève
(International Committee of the Red Cross, ICRC)

Het RAD-nummer luidt 94327.

Het certificaat werd op 6 augustus 1947 ondertekend en afgestempeld door Charles G Lauer US WD CIVILIANS DIRECTOR PWIB. De medische officier die het Death Certificate ondertekende was Lt.Col.MC. William H. Brien (0429723). De derde die het document ondertekende was Colonel, Infantry, Provost Marshal Robert C. Andrevs.

Op 10.06.1945 werd de terechtstelling door het hoofdkwartier van het 9e Amerikaanse leger geautoriseerd.

Betreffende het verblijf van het lijk, de grafligging en de persoonlijke bezittingen wordt verwezen naar Franz Tatloff, directeur van de stadsgevangenis Braunschweig.

  • Graflocatie

.

Het graf van de familie Schulz, op de begraafplaats van Neuss. Hier werd de urn van Luitenant Schulz in 1948 bijgezet.
Foto: © Stichting Oorlogsslachtoffers.

Leeg wit vlak zonder zichtbare inhoud

Handelsregisternummer (KvK): 65620410
IBAN: NL92 RABO 0355 2784 56
Rekeninghouder: Stichting Oorlogsslachtoffers

© 1995-2026 Stichting Oorlogsslachtoffers | Privacyverklaring
E-mailLinkedInXYouTubePayPal
Page load link
error:
Ga naar de bovenkant